Doe-het-zelf - Model 3

Tesla-eigenaren die basisprocedures of onderhoud van hun Model 3 zelf willen uitvoeren, kunnen dit doen zonder een serviceafspraak te hoeven maken. Voer een procedure alleen uit als u zeker weet dat u dit zelf kunt en volg daarbij altijd alle verstrekte instructies.

Ga naar de ondersteuningspagina voor antwoorden op verdere vragen.

 

Opnieuw starten van het touchscreen

Als uw touchscreen niet meer reageert of niet naar behoren werkt, kunt u het opnieuw opstarten om het probleem op te lossen.

Waarschuwing: start het touchscreen alleen opnieuw op wanneer de auto stilstaat en in de stand P (Parkeren) staat. De weergave van de autostatus, veiligheidswaarschuwingen, achteruitrijcamera, etc. zijn niet zichtbaar tijdens het opnieuw opstarten.

  • Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
  • Houd beide scrolltoetsen op het stuur ingedrukt totdat het touchscreen zwart wordt.
  • Na enkele seconden verschijnt het Tesla-logo. Wacht ongeveer 30 seconden tot het touchscreen opnieuw wordt opgestart. Als het touchscreen na enkele minuten nog steeds niet reageert of vreemd gedrag vertoont, probeer dan de auto uit en weer in te schakelen.

Let op: door het opnieuw opstarten van het touchscreen met de scrolltoetsen wordt niet de Model 3 in- en uitgeschakeld.

Terug naar boven

 

De auto uit- en weer inschakelen

Als uw auto vreemd gedrag vertoont of een onduidelijke waarschuwing wordt weergegeven, kunt u proberen de auto uit en weer in te schakelen om het probleem op te lossen.

  • Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
  • Tik op het touchscreen op 'Bediening'> 'Veiligheid en beveiliging'> 'Inschakelen'.
  • Wacht ten minste twee minuten zonder interactie met de auto. Dus niet de portieren openen, het rempedaal bedienen, het touchscreen aanraken, enz.
  • Trap na twee minuten het rempedaal in om de auto te activeren.

Terug naar boven

 

Bluetooth-telefoon koppelen

Door uw telefoon met Bluetooth-functionaliteit te koppelen, kunt u handsfree bellen, toegang krijgen tot uw lijst van contactpersonen, recente gesprekken, enzovoort. U kunt dan ook mediabestanden afspelen vanaf uw telefoon. Zodra een telefoon is gekoppeld, kan de Model 3 verbinding maken met de telefoon wanneer deze binnen bereik is.

Ga in de Model 3 zitten en volg de onderstaande aanwijzingen om een telefoon te koppelen:

  • Zorg ervoor dat zowel het touchscreen als de telefoon zijn ingeschakeld.
  • Schakel Bluetooth op uw telefoon in en zorg dat uw telefoon 'zichtbaar' is voor andere apparaten.
    Let op: op sommige telefoons dient u mogelijk naar Bluetooth-instellingen te gaan voor de rest van de procedure.
  • Tik op het Bluetooth-pictogram boven in het touchscreen.
  • Tik op het touchscreen op 'Nieuw apparaat' > 'Beginnen met zoeken'. Op het touchscreen verschijnt een lijst met alle Bluetooth-apparaten binnen het bereik.
  • Tik op het touchscreen op de telefoon die u wilt koppelen. Binnen enkele seconden wordt op het touchscreen een willekeurig gegenereerd getal weergegeven en hetzelfde getal moet ook op uw telefoon worden weergegeven.
  • Controleer of het getal dat op uw telefoon wordt weergegeven overeenkomt met het getal op het touchscreen. Bevestig vervolgens op uw telefoon dat u de telefoon wilt koppelen.
  • Als hier op uw telefoon om wordt gevraagd, geeft u aan of u de Model 3 toegang tot uw contactpersonen en mediabestanden wilt verlenen.

Na koppeling maakt de Model 3 automatisch verbinding met de telefoon en op het touchscreen verschijnt het Bluetooth-symbool naast de naam van de telefoon om aan te geven dat er verbinding is.

Terug naar boven

 

Verbinding maken met wifi

Wifi is beschikbaar als methode voor dataverbinding en is vaak sneller dan mobiele datanetwerken. Verbinding maken met wifi is vooral nuttig in zones met een beperkte of geen mobiele connectiviteit. Om software en kaart-updates snel en betrouwbaar te ontvangen, raadt Tesla u aan de auto verbinding te laten houden met een wifi-netwerk wanneer dat mogelijk is (bijvoorbeeld wanneer de auto 's nachts in uw garage staat).

Verbinding maken met een wifi-netwerk:

  • Tik op het pictogram voor het mobiele netwerk (meestal LTE of 3G) in de bovenhoek van het touchscreen. De Model 3 begint met scannen en geeft de gedetecteerde wifi-netwerken weer die binnen bereik zijn.
  • Selecteer het wifi-netwerk dat u wilt gebruiken, vul het wachtwoord in (indien nodig) en tik dan op 'Bevestigen'.
  • Uw auto maakt verbinding met het wifi-netwerk en maakt in het vervolg automatisch verbinding met dit netwerk wanneer dit binnen bereik is.

U kunt ook verbinding maken met een verborgen netwerk dat niet is opgenomen in de lijst met gescande netwerken. Tik op 'Wifi-instellingen', voer de naam van het netwerk in het dialoogvenster in dat dan wordt geopend, selecteer de beveiligingsinstelling en tik vervolgens op 'Netwerk toevoegen'.

Let op: Als er meer dan één eerder aangesloten netwerk binnen bereik is, maakt Model 3 verbinding met het laatst gebruikte netwerk.

Let op: U kunt ook een mobiele hotspot of de internetverbinding van uw telefoon gebruiken via wifi-tethering (hiervoor gelden kosten en beperkingen van uw mobiele provider).

Let op: Bij Tesla Service Centers maakt Model 3 automatisch verbinding met het Tesla Service wifi netwerk.

Terug naar boven

 

HomeLink programmeren

HomeLink® programmeren (indien aanwezig):

  • Parkeer de Model 3 zo, dat de voorbumper zich voor de garagedeur, het hek of de lamp bevindt dat/die u wilt programmeren.Let op: tijdens het programmeren kunnen poorten of garagepoorten openen of sluiten. Controleer voor het programmerend dat er geen personen of voorwerpen zich bevinden in de nabijheid van de poorten/garagepoorten.
  • Pak de afstandsbediening van het systeem en controleer of de batterij goed werkt. Tesla raadt u aan de batterij in de afstandsbediening van het systeem te vervangen voordat u HomeLink programmeert.
  • Tik op het HomeLink-pictogram boven in het touchscreen.
  • Tik op 'Homelink aanmaken' en voer met het toetsenbord op het touchscreen een naam in voor het HomeLink-systeem.
  • Tik op 'Invoeren' op het toetsenbord of tik op 'Homelink aanmaken'.
  • Tik op 'Start' en volg de instructies op het scherm.
    Let op: als u tijdens het programmeren van het apparaat een scherm met de naam "Ontvanger trainen" ziet, vergeet dan niet dat deze stap binnen een bepaalde tijd moet worden uitgevoerd. Nadat u op de knop Leren/Programmeren/Smart op de afstandsbediening van het apparaat hebt gedrukt, hebt u slechts ongeveer 30 seconden om terug te keren naar uw voertuig, op "Doorgaan" te drukken vervolgens twee keer op de naam van het getrainde HomeLink-apparaat te drukken. Overweeg u door een tweede persoon te laten helpen bij deze stap.
  • Zodra het systeem is geprogrammeerd, tikt u op 'Opslaan' om de HomeLink-programmering te voltooien.
  • Controleer of HomeLink naar behoren werkt. Soms moet het programmeerproces worden herhaald voordat het is geslaagd.

Nu kunt u de deuren, het hek, de verlichting enz. bedienen door op het corresponderende HomeLink-pictogram op de statusbalk in het touchscreen te tikken. HomeLink onthoudt de locatie van de opgeslagen systemen en apparaten. Zodra u in de buurt komt van een bekende locatie, verschijnt de HomeLink-bediening automatisch op het touchscreen. De bediening verdwijnt weer als u wegrijdt.

Opmerking: neem contact op met HomeLink voor verdere assistentie of vragen over compatibiliteit.

Terug naar boven

 

Sleutels toevoegen en verwijderen

Een sleutelkaart of afstandsbediening toevoegen:
Let op: als u een sleutel toevoegt, moet deze sleutel op kamertemperatuur zijn. Het koppelen kan mislukken als de sleutel koud is.

  • Tik in het touchscreen op 'Bediening' > 'Vergrendelingen' en vervolgens op + in het sleutelgedeelte.
  • Scan uw nieuwe sleutelkaart of afstandsbediening op de sleutelradar achter de bekerhouders boven op de middenconsole. Verwijder de nieuwe sleutelkaart of afstandsbediening van de sleutelscanner wanneer deze is herkend.
  • Scan een al geauthentiseerde sleutelkaart of afstandsbediening (die al toegang heeft tot de auto) op de sleutelradar achter de bekerhouders boven op de middenconsole.
  • Daarna wordt de nieuwe geauthentiseerde sleutel in de sleutellijst weergegeven. U kunt de naam ervan wijzigen door op het bijbehorende potloodpictogram te tikken.

Een nieuwe telefoonsleutel toevoegen:
Let op: om een nieuwe telefoonsleutel te kunnen toevoegen, moet Bluetooth zijn ingeschakeld en moet de mobiele Tesla-app zijn geïnstalleerd op de telefoon en verbonden zijn met het Tesla-account voor de auto.

  • Open, terwijl u in de auto zit, de mobiele Tesla-app en selecteer de betreffende auto (als er meerdere auto's zijn gekoppeld aan de account). Tik vervolgens op 'Telefoonsleutel' > 'Start'.
  • Scan een al geauthentiseerde sleutelkaart of afstandsbediening op de sleutelradar achter de bekerhouders boven op de middenconsole.
  • Klik op "Klaar", wanneer de mobiele app aangeeft dat de koppeling is geslaagd. In de sleutellijst op het touchscreen ('Bediening' > 'Vergrendelingen') wordt de nieuwe telefoonsleutel weergegeven. De naam van de telefoonsleutel wordt bepaald door de naam die in de instellingen van de telefoon wordt gebruikt.

Een sleutel verwijderen:
Wanneer u niet wilt dat een sleutel nog toegang heeft tot uw Model 3 (bijvoorbeeld wanneer u uw telefoon of sleutelkaart hebt verloren), kunt u deze sleutel verwijderen.

  • Tik op het touchscreen op 'Bediening' > 'Vergrendelingen'.
  • Zoek de sleutel die u wilt verwijderen in de sleutellijst en tik vervolgens op het prullenbakpictogram voor deze sleutel.
  • Scan, wanneer u hierom wordt gevraagd, een al geauthentiseerde sleutelkaart of afstandsbediening op de sleutelradar achter de bekerhouders boven op de middenconsole om het verwijderen te bevestigen. Daarna is de verwijderde sleutel niet langer zichtbaar in de sleutellijst.

Let op: voor de Model 3 is altijd ten minste één geauthenticeerde sleutelkaart of afstandsbediening nodig. Als de sleutellijst slechts één sleutelkaart bevat, kan deze sleutel niet worden verwijderd.

Terug naar boven

 

Uw auto ontgrendelen en starten met behulp van de mobiele Tesla-app

U kunt de mobiele app gebruiken om de Model 3 te ontgrendelen en te starten. Dit kan handig zijn in gevallen waarin u uw sleutelkaart of sleutel niet bij u draagt, problemen met de telefoonsleutel ervaart of fysiek niet in de buurt van de auto bent (als u bijvoorbeeld de auto wilt ontgrendelen voor uw partner vanuit de andere kant van de stad).

Let op: uw telefoon en auto moeten beide actief zijn verbonden met het mobiele netwerk en mobiele toegang moet zijn ingeschakeld op het touchscreen (Bediening > Veiligheid en beveiliging > Mobiele toegang toestaan) om de mobiele app met uw auto te laten communiceren. Tesla raadt u aan altijd een werkende fysieke sleutel mee te nemen wanneer u uw auto parkeert in een omgeving waar geen of slechts beperkte dekking van het mobiele netwerk is, zoals een overdekte parkeergarage.

Uw auto ontgrendelen met behulp van de mobiele app:

  • Open de mobiele app.
  • Tik op 'Bediening'> 'Ontgrendelen'.
  • Tik op 'Ja' in het bevestigingsvenster.

Uw auto starten met behulp van de mobiele app:

  • Open de mobiele app.
  • Tik op 'Bediening'> 'Start'.
  • Voer het wachtwoord van uw Tesla-account in het bevestigingsvenster in.

Let op: na het inschakelen van sleutelloos rijden hebt u twee minuten om te beginnen rijden. Als de periode van twee minuten is verstreken voordat u gaat rijden, moet u sleutelloos rijden opnieuw inschakelen.

Terug naar boven

 

Batterij in de afstandsbediening vervangen

Bij normaal gebruik gaat de batterij in de keyfob ongeveer vijf jaar mee. Als de batterij leegraakt, verschijnt er een bericht op het touchscreen. De batterij van de sleutel vervangen:

  • Plaats de keyfob met de kant van de knoppen naar beneden op een zacht oppervlak en open het klepje aan de onderzijde.
  • Verwijder de batterij door deze uit de bevestigingsklemmen te lichten.
  • Plaats de nieuwe batterij (type CR2032) met de ‘+’ naar boven, zonder de vlakke zijden van de batterij aan te raken.
    Opmerking: CR2032-batterijen kunnen worden aangeschaft bij webwinkels, plaatselijke supermarkten en elektronicawinkels.
  • Houd het onderste deksel onder een hoek, lijn de lippen van het deksel uit met de bijbehorende sleuven in de afstandsbediening en druk het deksel stevig op de afstandsbediening tot het op zijn plaats vastklikt.
  • Controleer of de afstandsbediening werkt door uw auto te ontgrendelen en te vergrendelen.

Terug naar boven

 

Oplaadkabel voor telefoons installeren

Om gemakkelijk uw telefoon aan te kunnen sluiten en de console opgeruimd te houden, kunt u een oplaadkabel voor telefoons installeren in de Model 3.

Opmerking: U kunt twee telefoons naast elkaar in de telefoondock plaatsen.

Een oplaadkabel voor telefoons installeren:

  • Op beide klepjes van de middenconsole die zich vóór de bekerhouders bevinden.
  • Verwijder de rubbermat uit de telefoondock.
  • Til de telefoondock op voor toegang tot de USB-poorten.
  • Schuif de afdekking naar links om deze los te maken van de onderkant van de telefoondock.
  • Sluit de USB-connector van de oplaadkabel voor telefoons aan op een USB-poort.
  • Breng het telefoonuiteinde van de oplaadkabel door de onderkant van de telefoondock en voer de kabel door de bevestigingslippen naar de onderkant van de telefoondock.
  • Schuif de afdekking naar rechts om deze weer aan te brengen op de onderkant van de telefoondock.
  • Zet het telefoondock omlaag en breng de rubbermat weer aan.

Terug naar boven

 

Kentekenplaatsteun vóór monteren

Voor landen waarin een kentekenplaat aan de voorzijde van de auto verplicht is, is uw Model 3 uitgerust met een kentekenplaatsteun. Deze steun sluit aan op de vorm van de voorbumper van uw auto en wordt stevig aan de bumper gelijmd.

Let op: Tesla raadt u aan deze procedure uit te voeren op een warme dag, wanneer de auto schoon en droog is. Bij koud en nat weer kan de werking van de lijm afnemen.

De kentekenplaat vóór monteren:

  • Schaf isopropylalcohol aan en test dit op een niet zichtbaar gelakt oppervlak van uw auto om er zeker van te zijn dat deze de lak niet wordt beschadigd of verwijderd.
  • Reinig het montagevlak met isopropylalcohol en laat het ten minste één minuut drogen.
  • Verwijder de beschermingstape volledig van de lijmlaag aan de bovenkant van de steun en verwijder de tape gedeeltelijk van de bovenkant van de lijmlaag aan beide zijden. Laat de onderste helft van de tap aan de zijkanten zitten en vouw de niet bevestigde tape naar buiten om deze eenvoudig te kunnen verwijderen de steun te kunnen uitlijnen met de bumper.
  • Terwijl u de bovenkant van de kentekenplaatsteun van de bumper af kantelt (om te voorkomen dat deze op de verkeerde plaats wordt vastgelijmd), lijnt u de onderkant van het midden van de kentekenplaatsteun uit met het midden van de grille, zoals afgebeeld.
    Let op: Wees zo nauwkeurig mogelijk bij het uitlijnen van de steun, omdat u deze na het vastlijmen aan de bumper niet meer kunt verplaatsen.
  • Plaats de bovenkant van de steun, terwijl deze correct is uitgelijnd, tegen de bumper en druk de steun iets aan zodat deze door de lijm op zijn plaats wordt gehouden.
  • Verwijder de resterende tape van de zijkanten van de steun en druk de hele steun dan stevig tegen de bumper, zodat de steun door alle lijmvlakken op zijn plaats wordt gehouden.
  • Nadat de steun volledig is bevestigd, gebruikt u de vier meegeleverde bouten om de kentekenplaat op de steun te monteren (aandraaien met 3 Nm).

Terug naar boven

 

Interieurfilters vervangen

De Model 3 heeft interieurfilters die stof, roet, pollen en andere deeltjes opvangen. Tesla raadt aan deze filters elke twee jaar te vervangen (jaarlijks in China). Interieurfilters zijn verkrijgbaar bij uw dichtstbijzijnde Service Center.

De interieurfilters vervangen:

  • Schakel het climate control-systeem uit.
  • Zet de passagiersstoel voorin volledig naar achteren en verwijder de vloermat aan passagierszijde voorin.
  • Werk van boven naar beneden met een bekledingsgereedschap om voorzichtig het rechterpaneel los te maken van de middenconsole.
  • Gebruik een priemgereedschap om voorzichtig de drukklemmen los te maken waarmee de bekleding van de voetenruimte is bevestigd aan het instrumentenpaneel. Koppel vervolgens, terwijl u de bekleding van de voetenruimte ondersteunt, de twee elektrische connectoren los en leg de bekleding van de voetenruimte opzij.
  • Verwijder de T20-schroef waarmee het deksel van het interieurfilter is bevestigd aan de verwarmings-, ventilatie- en airco-module (HVAC). Maak het deksel van het interieurfilter vervolgens los en leg het opzij.
    Let op: als de HVAC-module niet is voorzien van een deksel van het interieurfilter, breng dan de bekledingspanelen weer aan en neem contact op met Tesla.
    Waarschuwing: U mag de oranje hoogspanningskabels die aan het deksel van het interieurfilter zijn bevestigd niet rekken, buigen of op een andere manier beschadigen. Als de hoogspanningskabels zijn beschadigd, moet u onmiddellijk stoppen met deze procedure. Een elektrische schok onder hoogspanning kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
  • Vouw de nok van het bovenste interieurfilter omhoog en de nok van het onderste filter omlaag.
  • Houd de nok van het bovenste interieurfilter vast en trek het bovenste filter uit de HVAC-module.
  • Houd de nok van het onderste interieurfilter vast en trek het onderste filter omhoog en vervolgens uit de HVAC-module.
  • Zorg ervoor dat de pijlen op beide nieuwe filters naar de achterkant van de auto zijn gericht en breng het onderste interieurfilter aan in de HVAC-module. Beweeg het filter omlaag om het naar de juiste positie te brengen. Breng het bovenste interieurfilter vervolgens daarboven aan.
  • Vouw de nokken naar binnen zodat het deksel van het interieurfilter kan worden geplaatst.
  • Breng het deksel van het interieurfilter aan door de onderste nok van het deksel te bevestigen en vervolgens de T20-schroef aan te draaien. Haal de schroef aan met 1,2 Nm/0,89 ft-lbs.
  • Sluit de twee elektrische connecteren weer aan op de componenten in de bekleding van de voetenruimte aan passagierszijde voorin en bevestig de bekleding vervolgens met de drukklemmen.
  • Lijn het zijpaneel uit met de bevestigingssleuven aan de voor- en achterzijde op de middenconsole, en druk het paneel vervolgens aan totdat alle klemmen volledig zijn bevestigd.
  • Breng de mat aan passagierszijde voorin weer aan en zet de passagiersstoel voorin weer in de gebruikelijke stand.

Terug naar boven

 

Stenen/vuil verwijderen van de stofplaat

In het uitzonderlijke geval dat u tijdens het rijden plotseling een brommend, schurend of krassend geluid hoort afkomstig uit de remmen of wielen van uw auto (zelfs bij zeer lage snelheden), is het waarschijnlijk dat er een steen of vuil tussen de remschijf en de stofplaat vast is komen te zitten.

  • Remschijf
  • Stofplaat

Het geluid wordt veroorzaakt doordat de steen of het vuil tegen de remschijf schraapt wanneer de remschijf meedraait met het wiel. Deze situatie heeft geen invloed op de remprestaties, maar u dient de steen of het vuil zo snel mogelijk te verwijderen.

De steen of het vuil verwijderen van de stofplaat:

Waarschuwing: Als recentelijk met de auto is gereden, kunnen de remcomponenten heet zijn. Raak hete remcomponenten niet aan, om lichamelijk letsel te voorkomen.

  • Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
  • Verwijder de aero-dop van het wiel, indien aanwezig.
  • Draag handschoenen en druk voorzichtig met de hand op de bovenzijde, zijkanten en onderkant van de stofplaat totdat de steen of het vuil eruit valt.
  • Let op: gebruik geen gereedschap of voorwerpen die de stofplaat of het wiel kunnen beschadigen. Druk niet te hard op de stofplaat, om te voorkomen dat deze permanent wordt verbogen.

  • Herhaal, indien nodig, stap 2 t/m 3 voor de overige stofplaten.
  • Controleer of het geluid is verdwenen.
  • Monteer de aero-dop weer op het wiel, indien aanwezig.

Let op: als de steen of het vuil met de bovenstaande procedure niet is verwijderd, probeer dan langzaam te rijden waarbij u wisselend naar Drive en Revers schakelt (rijd enkele seconden vooruit, stop, en rijd dan langzaam enkele seconden achteruit). Herhaal dit meerdere keren of totdat het geluid is verdwenen, en doe dit in een veilige omgeving, waarbij u goed op uw omgeving blijft letten. Als het geluid nog steeds niet is verholpen, gebruik dan uw mobiele app om contact op te nemen met Tesla of om een serviceafspraak te plannen.

Terug naar boven

 

Inremmen

Nadat remblokken en/of remschijven zijn vervangen, is het zogeheten inremmen noodzakelijk. Daarnaast kan door inremmen een situatie verhelpen waarin de remmen een hoog piepend geluid produceren tijdens het remmen, vooral als het geluid hoorbaar is tijdens het rijden in de regen, rijden in koude en/of vochtige klimaten, of als er roest op het oppervlak van de remcomponenten aanwezig is. Bedenk dat dit een gebruikelijk verschijnsel is bij alle voertuigen met schijfremmen en dat de remprestaties hierdoor niet worden beïnvloed.

Inremmen:

Let op: houd u aan alle lokale verkeersregels en verricht de manoeuvres uitsluitend op een geschikte locatie waar dergelijke activiteiten zijn toegestaan, met weinig tot geen verkeer.

  • Tik op het touchscreen op 'Bediening'> 'Rijden'> 'Regeneratief remmen'> 'Laag'.
  • Rijd met op een rechte weg, met een snelheid van ongeveer 80 km/u - 90 km/u.
  • Oefen matige, constante druk uit op het rempedaal om de auto langzaam af te remmen en laat het pedaal los bij 15 km/u.
  • Herhaal deze procedure 6 keer en wacht ten minste 30 seconden tussen het remmen.

Let op: als het geluid nog steeds hoorbaar is, gebruik dan uw mobiele app om contact op te nemen met Tesla of een serviceafspraak te plannen.

Terug naar boven

 

WD-40 aanbrengen op scharnierpennen van portiergrepen

Bij extreme winterse omstandigheden kan het aanbrengen van WD-40 op de scharnierpennen van de portiergrepen helpen voorkomen dat de grepen door ijsvorming vast komen te zitten. Overweeg het aanbrengen van WD-40 op de scharnierpennen van de portiergrepen wanneer u ijzel, zware sneeuwval of vorst verwacht. Breng opnieuw aan wanneer nodig.

Let op: lees de instructies en waarschuwingen van de fabrikant van het WD-40 en neem deze in acht voordat u deze procedure uitvoert.

WD-40 op de scharnierpen van de portiergreep aanbrengen:

  • Open de portiergreep en houd deze open met een gevouwen handdoek of ander zacht materiaal.
  • Bevestig het meegeleverde rietje aan de spuitopening van de fles met WD-40.
  • Draag oogbescherming.
  • Plaats het uiteinde van het rietje naast de scharnierpen en spuit het middel ongeveer één seconde op de pen zonder het per ongeluk op andere onderdelen te spuiten.

    Opmerking: laat het uiteinde van het rietje op de bovenkant van de veer rondom de scharnierpen rusten om de straal beter te kunnen richten.

    Waarschuwing: draag oogbescherming tijdens het uitvoeren van deze stap.

  • Verwijder de handdoek of het andere zachte materiaal dat u hebt gebruikt om de portiergreep open te houden.
  • Draai de portiergreep ongeveer tien keer naar binnen en naar buiten.
  • Plaats het uiteinde van het rietje nogmaals naast de scharnierpen en spuit het middel ongeveer één seconde op de pen zonder het per ongeluk op andere onderdelen te spuiten.

    Opmerking: laat het uiteinde van het rietje op de bovenkant van de veer rondom de scharnierpen rusten om de straal beter te kunnen richten.

  • Verwijder de handdoek of het andere zachte materiaal dat u hebt gebruikt om de portiergreep open te houden.
  • Draai de portiergreep ongeveer tien keer naar binnen en naar buiten.
  • Herhaal deze procedure voor de overige drie portiergrepen.

Terug naar boven

 

IJs van de portiergrepen verwijderen

In barre winterse omstandigheden kan afzetting van ijs in de portiergrepen ervoor zorgen dat de portieren niet kunnen worden geopend. Het proces voor het ijsvrij maken van een portiergreep van de Model 3 verschilt enigszins van andere portiergrepen. U kunt het ijs in de meeste gevallen verwijderen door met de onderkant van uw vuist een aantal maal krachtig tegen de portiergreep te slaan.

Let op: verwijder sieraden of andere voorwerpen die de lak kunnen beschadigen voordat u deze handeling uitvoert. Gebruik geen gereedschap en oefen geen overmatige kracht uit.

Opmerking: het preventief aanbrengen van WD-40 op de scharnierpennen van de portiergrepen kan afzetting van ijs in de portiergrepen voorkomen.. Raadpleeg WD-40 aanbrengen op scharnierpennen van portiergrepen voor instructies.

Volg de volgende stappen om ijs van de portiergrepen te verwijderen:

  • Druk stevig op het achterste deel van de portiergreep om te proberen de portiergreep te openen en lichte of matige ijsafzetting los te maken.
  • Gebruik de onderkant van uw vuist en sla krachtig tegen de omtrek van de portiergreep om de ijsafzetting los te breken.
  • Gebruik de onderkant van uw vuist en sla krachtig tegen het achterste uiteinde van het breedste gedeelte van de portiergreep. Voer de intensiteit zo nodig op en herhaal stap 1 en 2 totdat het ijs is verwijderd en de portiergreep kan worden geopend.

    Let op: sla nooit dusdanig hard dat deuken kunnen ontstaan; gebruik dezelfde kracht als waarmee u op de voordeur van de buren zou kloppen.

  • Zodra de portiergreep kan bewegen, opent en sluit u deze een aantal malen om resterende ijsafzetting te verwijderen. Zorg ervoor dat de portiergreep volledig is ingeklapt (verzonken) voordat u instapt en controleer of het portier volledig is gesloten voordat u wegrijdt.

Terug naar boven

 

Spatlappen en spatschermen monteren

Voer de volgende handelingen uit om de spatlap of spatschermen te monteren:

  • Reinig het montagegebied met alcohol en laat het volledig drogen voordat u begint met de montage.
  • Draai het stuur volledig naar links om toegang te krijgen tot het werkgebied.

  • Verwijder voorzichtig met een platte schroevendraaier de onderste drukklemmen (x2) waarmee de voering van de voorwielkast is bevestigd.

  • Open het voorste boutklepje in de treeplank en verwijder vervolgens de bout en onderlegring.

  • Verwijder het geopende klepje voorzichtig met een schaar van de treeplank.

  • BIJ MONTAGE VAN SPATSCHERMEN: verwijder de zelfklevende rug van het spatscherm en lijn vervolgens het spatscherm uit met de spatlap zodat de gaten op één lijn liggen. Druk na het uitlijnen de omtrek van de spatlap aan zodat deze zich hecht aan het spatscherm.

    Opmerking: spatschermen worden aanbevolen als u rijdt op wegen waar regelmatig zout, zand of grind wordt gebruikt om de wegomstandigheden te verbeteren.

  • ALLEEN SETS VAN 1e GENERATIE: breng U-moeren (x2) aan over de gaten in de treeplank terwijl u voorzichtig het onderste gedeelte van de voering van de voorwielkast van de wielkuip aftrekt. Zorg ervoor dat de gaten zijn uitgelijnd.

  • ALLEEN SETS VAN 1e GENERATIE: breng een onderlegring aan op de bouten (x2) en breng vervolgens de bouten aan om de spatlap/het spatscherm te bevestigen aan de U-moeren in de voering van de voorwielkast. Draai de bouten vast met 1,5 Nm (1 ft-lbs).

  • ALLEEN SETS VAN 2e GENERATIE: lijn de gaten in de spatlap/het spatscherm uit met de gaten in de voering van de voorwielkast en steek vervolgens de geopende (kunststof popnagel uitgetrokken) drukklemmen in de gaten. Zodra de drukklemmen volledig zijn ingestoken, drukt u de kunststof popnagels naar binnen om de drukklemmen te sluiten en vergrendelt u de spatlap/het spatscherm op zijn plaats.

  • Bevestig de nieuwe bout waarmee de onderkant van de spatlap aan het onderste klepje in de treeplank is bevestigd. Draai de bout vast met 5 Nm (4 ft-lbs).

  • Voer deze procedure opnieuw uit aan de rechterzijde van de auto om de rechter spatlap of het rechter spatscherm te monteren.

    Opmerking: in deze procedure en afbeeldingen wordt uitgelegd hoe u de linker spatlap en het linker spatscherm monteert. De instructies voor de rechterzijde zijn omgekeerd.

Terug naar boven

 

Spatlappen en spatschermen verwisselen

Voer de volgende handelingen uit om de spatlappen en spatschermen te verwisselen:

  • Draai het stuur volledig naar links om toegang te krijgen tot het werkgebied.

  • Verwijder de bout waarmee de onderkant van de spatlap is bevestigd aan het onderste klepje in de treeplank.

  • SETS VAN 2e GENERATIE: open voorzichtig de drukklemmen met een platte schroevendraaier (trek de kunststof popnagel naar buiten) en verwijder vervolgens de drukklemmen waarmee de spatlap of het spatscherm is bevestigd aan de voering van de wielkast.

  • SETS VAN 1e GENERATIE: verwijder de bouten en onderlegringen waarmee de spatlap of het spatscherm is bevestigd aan de U-moeren in de voering van de wielkast.

  • Verwijder de spatlap of het spatscherm van de auto.
  • BIJ MONTAGE VAN SPATSCHERMEN: reinig de spatlap met alcohol en laat deze volledig drogen. Verwijder vervolgens de zelfklevende rug van het spatscherm en lijn vervolgens het spatscherm uit met de spatlap zodat de gaten op één lijn liggen. Druk na het uitlijnen de omtrek van de spatlap aan zodat deze zich hecht aan het spatscherm.

    Let op: gebruik nieuwe tape als de spatschermen eerder zijn losgemaakt van de spatlappen.
  • BIJ VERWIJDERING VAN SPATSCHERMEN: trek het spatscherm van de spatlap af om de tape los te maken. Reinig de spatlap en het spatscherm met alcohol en laat deze volledig drogen.

    Let op: spatschermen worden aanbevolen als u rijdt op wegen waar regelmatig zout, zand of grind wordt gebruikt om de wegomstandigheden te verbeteren.

  • SETS VAN 2e GENERATIE: lijn de gaten in de spatlap/het spatscherm uit met de gaten in de voering van de voorwielkast en steek vervolgens de geopende (kunststof popnagel uitgetrokken) drukklemmen in de gaten. Nadat de drukklemmen volledig zijn ingestoken, drukt u de kunststof popnagels naar binnen om de drukklemmen te sluiten de spatlap/het spatscherm op zijn plaats te vergrendelen.

  • SETS VAN 1e GENERATIE: breng de onderlegringen aan op de bouten (x2) en breng vervolgens de bouten aan om de spatlap/het spatscherm te bevestigen aan de U-moeren in de voering van de voorwielkast. Haal de bouten aan met 1,5 Nm (1 ft-lbs).

  • Breng de bout aan waarmee de onderkant van de spatlap wordt bevestigd aan het onderste klepje in de treeplank. Haal de bout aan met 5 Nm (4 ft-lbs).

  • Herhaal deze procedure aan de rechterzijde van de auto.

    Opmerking: in deze procedure en afbeeldingen wordt uitgelegd hoe u de linker spatlap en het linker spatscherm monteert. De instructies voor de rechterzijde zijn omgekeerd.

Terug naar boven

Aanbrengen van lakbeschermingsfolieset

Voer de volgende handelingen uit om de lakbeschermingsfolieset aan te brengen:
Let op: breng de lakbeschermingsfolieset aan wanneer het buiten droog en warm is. Na het aanbrengen mag de auto gedurende 24 uur niet worden gewassen of blootgesteld aan regen.

  • Reinig het gedeelte waarop u de folie wilt aanbrengen met zeep en water, en droog het vervolgens af met een schone microvezeldoek. Verwijder alle vuil, vet, enz.
  • Create a slip solution by mixing approximately 85% water and 15% baby shampoo in a spray bottle or suitable container. Shake the container to make sure the solution is thoroughly mixed.
  • Breng ruime hoeveelheden van de gladde oplossing aan op het gedeelte waarop de folie wilt aanbrengen en op het linkerbovendeel en rechterbovendeel van de folie.
  • Maak de folie linksonder los van de rug en breng de gladde oplossing aan zodra de folie is losgemaakt.

    Let op: de linker- en rechterdelen van de folie zijn niet verwisselbaar; de kleverige ondergrond moet worden aangebracht op de lak van de auto en de contouren van de carrosserie volgen.

  • Hecht de folie linksonder aan de treeplank en lijn daarbij de onderkant van de sticker uit met de onderkant van de treeplank en de achterkant van de sticker met het achterste zijpaneel van het voertuig.

    Let op: breng waar nodig de gladde oplossing aan om de folie te bewegen zodat deze wordt uitgelijnd met de contouren van de carrosserie volledig wordt gehecht aan de lak.

    Let op: laat geen delen van de folie over de rand het voertuig uitsteken. Voorkom dat de folie op de carrosserielijn tussen de treeplank en het zijpaneel wordt gehecht (kromtrekken).

  • Zodra de folie correct is gepositioneerd, gebruikt u de afstrijker om eventuele luchtbellen tussen de folie en de lak te verwijderen.
  • Maak de folie linksboven los van de rug en breng de gladde oplossing aan zodra de folie is losgemaakt.
  • Hecht de folie linksboven aan het zijpaneel en lijn daarbij de onderkant van de sticker uit met de bovenkant van de sticker linksonder en de achterkant van de sticker met het achterste zijpaneel van het voertuig.

    Let op: breng waar nodig de gladde oplossing aan om de folie te bewegen zodat deze wordt uitgelijnd met de contouren van de carrosserie volledig wordt gehecht aan de lak.

    Let op: laat geen delen van de folie over de rand het voertuig uitsteken. Voorkom dat de folie op de carrosserielijn tussen de treeplank en het zijpaneel wordt gehecht (kromtrekken).

  • Zodra de folie correct is gepositioneerd, gebruikt u de afstrijker om eventuele luchtbellen tussen de folie en de lak te verwijderen.
  • Voer stap 3 t/m 9 uit aan de rechterzijde.

Terug naar boven

 

Bandenspanning controleren en corrigeren

Volg onderstaande stappen als de banden koud zijn en Model 3 minstens drie uur stil heeft gestaan:

  • Raadpleeg de sticker met informatie over banden en belading op de middenstijl aan bestuurderszijde voor de aanbevolen bandenspanning.
  • Verwijder de ventieldop.
  • Druk stevig een nauwkeurige bandenspanningsmeter op het ventiel om de spanning te meten.
  • Vul indien nodig lucht bij of laat lucht ontsnappen om de aanbevolen bandenspanning te bereiken.
    Let op: u kunt lucht laten ontsnappen door het metalen steeltje in het midden van het ventiel in te drukken.
  • Controleer opnieuw de bandenspanning met de nauwkeurige bandenspanningsmeter.
  • Herhaal indien nodig stap 3 en 4 totdat de bandenspanning correct is.
  • Brengt het dopje weer aan op het ventiel om het tegen vuil te beschermen. Controleer het ventiel regelmatig op beschadigingen en lekkage.

Terug naar boven

 

Rijden om camera's te kalibreren

Model 3 moet met veel precisie manoeuvreren wanneer Autopilot-functies worden gebruikt. Daarom moeten enkele camera's een zelfkalibratieproces uitvoeren voordat bepaalde functies (bijvoorbeeld Verkeersbewuste cruise control of Stuurautomaat) voor de eerste keer of na bepaalde servicereparaties kunnen worden gebruikt. Voor uw gemak verschijnt er een waarschuwing op het touchscreen.

De kalibratie is normaal voltooid nadat er 32-40 km is gereden, maar de afstand varieert afhankelijk van de weg- en omgevingsomstandigheden. Bij rijden op een rechte weg met goed zichtbare rijstrookmarkeringen kan de Model 3 de kalibratie sneller uitvoeren. Wanneer de kalibratie is voltooid, zijn de Autopilot-functies gereed voor gebruik. Neem alleen contact op met Tesla als uw Model 3 het kalibratieproces niet heeft voltooid nadat u 160 km hebt gereden.

Let op: WAls u een functie probeert te gebruiken die niet beschikbaar is totdat het kalibratieproces is voltooid, wordt de functie niet ingeschakeld en verschijnt er een bericht op het touchscreen.
Let op: Model 3 moet het kalibratieproces herhalen wanneer door Tesla onderhoud is uitgevoerd aan de camera's of, in sommige gevallen, na een software-update.

Terug naar boven

 

Voorklepveren vervangen

U kunt de voorklepveren vervangen wanneer deze om de een of andere reden niet meer goed werken. Voorklepveren vervangen:

  • Open de voorklep en gebruik een niet-beschadigend voorwerp om deze tijdelijk te ondersteunen.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem aan de onderzijde van de veer los te maken en trek de veer van de steun op de carrosserie van de auto.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem aan de bovenzijde van de veer los te maken en trek de veer van de steun op de voorklep. Verwijder de oude veer van de auto.
  • Reinig de montageplaatsen op de auto en smeer vervolgens de beide scharnierpunten van de nieuwe veer.
  • Bevestig het stangeinde van de veer aan de carrosserie van de auto en vervolgens het rompeinde van de veer aan de voorklep. Zorg ervoor dat de klemmen zijn bevestigd.
  • Verwijder het voorwerp van de voorklep en controleer of de klep op de juiste manier open en dicht gaat.

Terug naar boven

 

Achterklepveren vervangen

U kunt de achterklepveren vervangen wanneer deze om de een of andere reden niet meer goed werken. Achterklepveren vervangen:

  • Open de achterklep en gebruik een niet-beschadigend voorwerp om deze tijdelijk te ondersteunen.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem los te maken waarmee het onderste uiteinde van de achterklepveer is bevestigd aan de scharnier op de auto en maak de veer vervolgens los.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem los te maken waarmee het bovenste uiteinde van de achterklepveer is bevestigd aan de scharnier op de achterklep en verwijder de veer vervolgens van de auto.
  • Reinig de bevestigingsscharnieren en smeer vervolgens de beide scharnierpunten op de nieuwe veer.
  • Bevestig het stangeinde van de veer aan de scharnier op de auto en vervolgens het rompeinde van de veer aan de scharnier op de voorklep. Zorg ervoor dat de klemmen zijn bevestigd.
  • Verwijder het voorwerp en controleer of de achterklep op de juiste manier open en dicht gaat.

Terug naar boven

 

Ruitensproeiervloeistof bijvullen

Het enige reservoir dat u kunt bijvullen, is het ruitensproeierreservoir, dat zich achter de voorbak bevindt. Als hetniveau laag is, verschijnt er een bericht op het touchscreen.

Ruitensproeiervloeistof bijvullen:

  • Open de voorklep.
  • Reinig de omgeving van de vuldop van het reservoir voordat u de dop verwijdert, om te voorkomen dat er vuil in het reservoir komt.
  • Open de vuldop.
  • Vul zonder te morsen het reservoir bij tot het vloeistofniveau net zichtbaar is in de nek van de vulpijp.
  • Veeg eventueel gemorste vloeistof direct af en was het bevuilde oppervlak met water.
  • Plaats de vuldop terug.

Let op: iI sommige landen gelden beperkingen ten aanzien van het gebruik van Volatile Organic Compounds (VOC's). VOC's worden doorgaans gebruikt als antivries in ruitensproeiervloeistof. Gebruik een ruitensproeiervloeistof met beperkte VOC-inhoud alleen als de vloeistof voldoende bescherming biedt in het klimaat waar u met Model 3 rijdt.

Let op: Vul geen kant-en-klare vloeistoffen bij waar middelen tegen insecten of waterafstotende middelen aan zijn toegevoegd. Deze middelen kunnen een laagje op de ruit achterlaten waardoor het zicht belemmerd wordt of waardoor vervelende bijgeluiden kunnen optreden.

Waarschuwing: Gebruik ruitensproeiervloeistof met antivries bij temperaturen lager dan 4 °C. Het gebruik van sproeiervloeistof zonder antivries bij koud weer kan het zicht ernstig belemmeren.

Waarschuwing: Ruitensproeiervloeistof kan de ogen en huid irriteren. Lees en houd u aan de instructies van de fabrikant van de ruitensproeiervloeistof.

Terug naar boven

 

Ruitenwisserbladen vervangen

Voor optimale prestaties dienen de ruitenwisserbladen minimaal één keer per jaar te worden vervangen.
Let op: Monteer uitsluitend vervangende ruitenwisserbladen die identiek zijn aan de originele bladen. Het gebruik van ongeschikte ruitenwisserbladen kan het ruitenwissersysteem en de voorruit beschadigen.

Ruitenwisserbladen vervangen:

  • Schakel naar P (Park) en schakel de ruitenwissers uit.
  • Tik op 'Bediening' > 'Service' > 'Ruitenwissers servicestand' > 'AAN' om de wissers in de servicestand te zetten.
  • Til het ruitenwisserarm een klein stukje van de voorruit op, zodat u net voldoende toegang tot het blad hebt.
    Let op: De ruitenwisserbladen blijven niet in een opgetilde positie staan. Til een ruitenwisserarm niet buiten zijn beoogde positie.
  • Plaats een handdoek onder de ruitenwisserarm om krassen of barsten in de voorruit te voorkomen wanneer de arm om een of andere reden omlaag gaat.
  • Houd de wisserarm vast en de vergrendellip in terwijl u het wisserblad omlaagschuift op de wisserarm.
  • Breng het wisserblad in lijn met de arm en schuif het blad langs de ruitenwisserarm naar de bocht aan het einde van de arm tot het vastklikt.
  • Plaats de wisserbladen voorzichtig tegen de voorruit.
  • Schakel 'Ruitenwissers servicestand' uit om de wissers weer in de normale stand te zetten.

Terug naar boven

 

Laadkabel handmatig ontgrendelen

Als de normale methoden voor het ontgrendelen van een laadkabel van het laadcontact (met de ontgrendelknop van de connector, het touchscreen of de mobiele app) niet werken, volg dan nauwkeurig de onderstaande stappen:

  • Controleer op het laadscherm of touchscreen of Model 3 niet actief wordt opgeladen. Tik indien nodig op 'Opladen stoppen'.
  • Open de achterbak.
  • Trek aan de ontgrendelkabel van de laadpoort om de laadkabel te ontgrendelen.

    Let op: De ontgrendelkabel kan verzonken zijn in de opening van de bekleding.
  • Trek de laadkabel uit het laadcontact.

Let op: De ontgrendelkabel is alleen bedoeld voor gevallen waarin de laadkabel niet op de normale manieren kan worden losgekoppeld van het laadcontact. Continu gebruik kan schade toebrengen aan de ontgrendelkabel of laadapparatuur.

Waarschuwing: Voer deze procedure niet uit terwijl uw voertuig wordt opgeladen of wanneer er oranje stroomleidingen blootliggen. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot een elektrische schok en ernstig letsel of beschadiging van het voertuig. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als u niet zeker weet hoe u deze procedure veilig kunt uitvoeren.

Waarschuwing: Probeer de laadkabel niet te verwijderen terwijl u tegelijkertijd aan de ontgrendelkabel trekt. Trek altijd aan de ontgrendelkabel voordat u probeert de laadkabel uit het laadcontact te verwijderen. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot een elektrische schok en ernstig letsel.

Terug naar boven

 

Trekhaak aan- en afkoppelen

Het pakket voor het trekken van aanhangers voor de Model 3 bestaat uit een trekhaak met een kogelkoppeling van 50 mm. Wanneer deze niet in gebruik is, dient de trekhaak te worden verwijderd. Bewaar deze op een droge plaats om roestvorming te voorkomen. Breng de stofkap aan op het opnameprofiel van de trekhaakbeugel om te voorkomen dat er vuil en stof in komt.

Waarschuwing: Voor het trekken van een aanhanger moet u gebruik maken van de trekhaak voor Model 3. Probeer nooit een ander type trekhaak te monteren.

Let op: Gebruik altijd veiligheidskettingen bij het trekken van een aanhanger. Breng de kettingen kruislings aan onder de kogel en bevestig ze aan de ogen van de aanhanger om de veiligheid van de lading te waarborgen.

De trekhaakbeugel plaatsen:

  • Verwijder de stofkap van het opnameprofiel van de afneembare trekhaakbeugel door een klein voorwerp, zoals een schroevendraaier, in de drukklemmen aan beide zijden van de stofkap te steken. Draai de drukklemmen naar een niet-vergrendelde positie, verwijder ze, en verwijder dan de stofkap.
  • Plaats de sleutel in de slotcilinder van de trekhaakbeugel en draai de cilinder zo dat de bovenkant van de sleutel in lijn is met de stand "Open".
  • Trek de slotcilinder ongeveer 0,5 cm uit de adapter en draai deze rechtsom totdat het pictogram Unlock is gefixeerd aan de bovenkant van de slotcilinder.
    Waarschuwing: Wees voorzichtig bij het draaien van de slotcilinder. Als de cilinder niet in de stand “Open” wordt geborgd, keert hij vanzelf terug in zijn oorspronkelijke stand “Closed”, waardoor u uw vingers kunt bezeren.
  • Pak de trekhaak stevig aan de onderkant vast en lijn deze uit met de overeenkomstige uitsparingen in het opnameprofiel.
    Let op: Pak niet de slotcilinder vast, want deze moet vrij kunnen draaien.
  • Druk de trekhaakbeugel in het opnameprofiel totdat de slotcilinder snel naar links draait en automatisch in de stand "Closed" wordt vergrendeld.
  • Controleer of de trekhaak volledig in het profiel zit door de trekhaak omlaag te trekken. De trekhaakbeugel mag niet vallen wanneer u deze naar beneden probeert te trekken.
    Let op: Als de trekhaakbeugel niet in zijn opnameprofiel is vergrendeld, zal deze eruit vallen wanneer u de trekhaak omlaagtrekt.
  • Verdraai de sleutel totdat de pijlen in een lijn liggen met de het pictogram Lock op de slotcilinder.
  • Verwijder de sleutel en bewaar deze op een veilige plaats (bij voorkeur in het voertuig).
    Let op: de sleutel kan alleen worden verwijderd als de trekhaak is vergrendeld. Dit betekent dat de koppeling correct is. Gebruik de trekhaak niet als de sleutel niet is verwijderd.
    Let op: Tesla raadt aan om de sleutelcode te noteren. U hebt deze sleutelcode nodig als u de sleutels bent verloren en vervangende sleutels bestelt.

De trekhaak loskoppelen

Verwijder de trekhaak na het trekken:

  • Plaats de sleutel en draai deze zo dat de bovenkant van de sleutel in lijn is met het pictogram Unlock.
  • Houd de trekhaakbeugel aan de onderkant stevig vast om te voorkomen dat het geheel op de grond valt, trek de slotcilinder ca. 0,5 cm naar buiten en draai deze rechtsom totdat de het pictogram Lock naar de bovenkant schuift. De slotcilinder is nu ontgrendeld in de stand “Open” en de trekhaakbeugel valt uit het opnameprofiel.Waarschuwing: Ga bij het verdraaien van de slotcilinder voorzichtig te werk. Als de cilinder niet in de stand “Open” wordt geborgd, keert hij vanzelf terug in zijn oorspronkelijke stand “Closed”, waardoor u uw vingers kunt bezeren.
  • Plaats de stofkap weer op het opnameprofiel voor de afneembare trekhaakbeugel om te voorkomen dat zich vuil in het profiel ophoopt, door deze vast te zetten in de drukklemmen.
  • Breng het stofkapje weer aan op de slotcilinder van de afneembare trekhaakbeugel en bewaar de trekhaakbeugel op een veilige plaats.Let op: Om de trekhaakbeugel in een goede staat te houden, dient u het oppervlak ervan regelmatig in te vetten met niet-harshoudend vet.

Terug naar boven

 

Ramen kalibreren

In het onwaarschijnlijke geval dat een raam niet naar verwachting functioneert (raakt de lichte raamlijst, gaat niet goed open of dicht, gaat verder open dan normaal bij het openen van het portier, etc.), kunt u het raam kalibreren om het probleem op te lossen.

Een raam kalibreren:

  • Sluit het portier met het betreffende raam.
  • Ga in de bestuurdersstoel zitten en sluit het bestuurdersportier.
  • Gebruik de raamschakelaar aan bestuurderszijde om het raam te verhogen totdat het stopt.
  • Gebruik de raamschakelaar aan bestuurderszijde om het raam te verlagen totdat het stopt.
  • Gebruik de raamschakelaar aan bestuurderszijde om het raam te verhogen totdat het stopt.

Het raam is nu gekalibreerd. Als het probleem aanhoud nadat u de kalibratieprocedure enkele keren hebt uitgevoerd, neem dan contact op met Tesla.

Terug naar boven

 

Voorklep openen wanneer voeding ontbreekt

In het onwaarschijnlijke geval dat de Model 3 geen 12V-stroom heeft, kunt u de bagageruimte vóór niet openen met het touchscreen of de mobiele app. U opent de bagageruimte voor in dat geval als volgt:

Let op: Als Model 3 is vergrendeld en over 12V-voeding beschikt, wordt de voorbak niet op de volgende manier geopend.

  • Zorg voor ene externe 12V-voeding (bijvoorbeeld een draagbare accustarter).
  • Maak de afdekking van het sleepoog los door stevig op de rechterbovenrand van de afdekking te drukken totdat deze naar binnen kantelt en dan het verhoogde deel voorzichtig naar u toe te trekken.
    Let op: Afhankelijk van de productiedatum is ofwel de plusklem ofwel de minklem verbonden met de afdekking van het sleepoog.
  • Trek de twee draden uit de opening voor het sleepoog om beide aansluitklemmen bereikbaar te maken.
  • Sluit de rode pluskabel (+) van de 12V-voeding aan op de rode plusklem (+).
  • Sluit de zwarte minkabel (-) van de 12V-voeding aan op de zwarte minpool (-).
    Let op: Door een externe 12V-voeding op deze polen aan te sluiten wordt alleen de motorkap ontgrendeld. U kunt niet de 12V-batterij opladen met behulp van deze polen.
  • Zet de externe voeding aan (raadpleeg de instructies van de fabrikant). De voorklep wordt onmiddellijk ontgrendeld en u kunt nu de voorklep openen om toegang te krijgen tot de bagageruimte voor.
  • Koppel beide kabels los, beginnend met de zwarte minkabel (-).
  • Als de Model 3 op een autoambulance wordt gesleept, mag u de afdekking van het sleepoog nog niet terugplaatsen. Breng anders de afdekking van het sleepoog weer aan door de draden in de opening te steken en de afdekking uit te lijnen en vast te draaien.

Terug naar boven

 

De 12V-accu met startkabels starten

Let op: Model 3 kan niet worden gebruikt om een ander voertuig te starten met startkabels. Dit kan schade veroorzaken.

Let op: Als u Model 3 start met startkabels via een ander voertuig, raadpleeg dan de instructies van de fabrikant van dat voertuig. In de volgende instructies wordt ervan uitgegaan dat een externe 12V-voeding (bijvoorbeeld een draagbare jumpstarter) wordt gebruikt.

Let op: Voorkom kortsluiting bij het starten van Model 3 met startkabels. Als de kabels op de verkeerde polen worden aangesloten, de kabels contact met elkaar maken, enz., kan Model 3 worden beschadigd.

  • Open de voorklep.
  • Verwijder de afdekplaat van het onderhoudscompartiment door de plaat omhoog te trekken om de bekledingsclips los te maken waarmee de plaat is bevestigd.
  • Verwijder het bekledingspaneel voor luchtinlaat naar het interieur door het paneel omhoog te trekken om de bekledingsclips los te maken waarmee het is bevestigd.
  • Sluit de rode pluskabel (+) van de 12V-voeding aan op de rode plusklem (+) van de 12V-batterij.
    Let op: Om beschadiging van Model 3 te voorkomen, mag u de pluskabel niet in contact laten komen met andere metalen componenten, zoals de bevestigingsbeugel van de batterij.
  • Sluit de zwarte minkabel (-) van de 12V-voeding aan op de zwarte minkabel (-) van de 12V-batterij.
  • Zet de externe voeding aan (raadpleeg de instructies van de fabrikant). Raak het touchscreen aan om het uit de slaapstand te halen.
    Let op: Het kan enkele minuten duren voordat de auto voldoende stroom ontvangt om het touchscreen uit de slaapstand te halen.
  • Als de externe 12V-voeding niet langer nodig is, koppel dan beide kabels los van de klemmen op de 12V-batterij, beginnend met de zwarte minkabel (-).
  • Breng het bekledingspaneel voor luchtinlaat naar het interieur weer op zijn plaats en druk het aan totdat het stevig vast zit.
  • Breng het onderhoudspaneel weer op zijn plaats en druk het aan totdat het stevig vast zit.
  • Sluit de motorkap.

Terug naar boven

 

Aero-doppen verwijderen en monteren

Als uw Model 3 is voorzien van aero-doppen, moet u deze verwijderen om toegang te krijgen tot de wielmoeren.

Een aero-dop verwijderen:

  • Pak de aero-dop stevig vast met beide handen.
  • Trek de aero-dop naar u toe om de bevestigingsklemmen los te maken.

Een aero-dop monteren:

  • Lijn de aero-dop zo uit dat de nok aan de onderkant van de 'T' van Tesla op één lijn ligt met het bandventiel.
  • Druk stevig langs de omtrek van de aero-dop totdat deze volledig vastklikt op zijn plaats.

Terug naar boven

 

Naafdoppen verwijderen en monteren

Als uw Model 3 is uitgerust met naafdoppen, moet u deze verwijderen om toegang te krijgen tot de wielmoeren.

Een naafdop verwijderen:

  • Breng het gebogen deel van het naafdopgereedschap (in het dashboardkastje) aan in het gat aan de onderkant van de 'T' van Tesla.
  • Beweeg het naafdopgereedschap zo, dat het volledig in het gat in de naafdop is geplaatst.
  • Draai het naafdopgereedschap zo, dat het gebogen deel het midden van de naafdop raakt.
  • Trek het naafdopgereedschap stevig van het wiel af totdat de naafdop is losgemaakt.

De naafdop monteren:

  • Lijn de naafdop uit.
  • Druk stevig op de naafdop totdat deze volledig vastklikt op zijn plaats.

Terug naar boven

 

Statuslampen laadpoort

Wanneer de laadpoort open is, verandert de kleur van de statuslamp om de huidige status aan te geven en te helpen bij het oplossen van problemen in het onwaarschijnlijke geval dat deze zich voordoen. Als herinnering gaat de laadpoortlamp na korte tijd uit wanneer de auto wordt vergrendeld (bijvoorbeeld wanneer u naar de auto loopt nadat deze enige tijd is opgeladen).

Als u de auto op de oplader hebt aangesloten, let dan op de kleur van de laadpoort voordat u wegloopt. Als de lamp rood of oranje is, los dan het probleem op voordat u de auto verlaat, om er zeker van te zijn dat deze correct wordt opgeladen.

Kleur van laadpoortlamp Betekenis Wat te doen

WIT - CONTINU

(normaal gedrag)

Model 3 is gereed voor opladen en de connector is niet aangesloten, of de laadpoort is ontgrendeld en de connector kan worden verwijderd. Sluit de oplaadconnector aan als u de auto wilt opladen of verwijder de oplaadconnector als u klaar bent met opladen.

BLAUW - KNIPPERT

(normaal gedrag)

De Model 3 communiceert actief met het oplaadpunt. Niets. Wacht enkele seconden totdat de laadpoort groen begint te knipperen (opladen) of continu blauw gaat branden (er is een toekomstige oplaadsessie gepland).

BLAUW - CONTINU

(mogelijk is een handeling noodzakelijk)

De Model 3 detecteert dat een connector is aangesloten en de oplaadsessie is gepland op een bepaald tijdstip in de toekomst. De auto wordt niet actief opgeladen. Als u de auto onmiddellijk wilt opladen, schakel dan 'Gepland opladen' uit of tik op 'Opladen starten' op het touchscreen of in uw mobiele app. Als de instelling 'Gepland opladen' bewust is gekozen, is geen verdere actie nodig. Gepland opladen onthoudt uw locatie.

GROEN - KNIPPERT

(normaal gedrag)

Bezig met laden. Het groene licht knippert langzamer naarmate de batterij van de Model 3 verder opgeladen wordt. Niets. Verwijder de laadkabel wanneer u klaar bent met opladen.

GROEN - CONTINU

(normaal gedrag)

Laden voltooid. Verwijder de laadkabel wanneer u klaar bent om weg te rijden.

ORANJE - CONTINU

(handeling noodzakelijk)

De connector is niet volledig aangesloten op de laadpoort. Houd de connector recht voor het contact en steek deze dan volledig in het laadcontact. Als het probleem aanhoudt, controleer dan of de laadpoort of de connector wordt gehinderd door obstakels. Als er geen obstakels zijn, probeer dan een andere laadkabel.

ORANJE - KNIPPERT

(handeling noodzakelijk)

De Model 3 wordt opgeladen met een verlaagde stroomsterkte, omdat deze niet volledig is aangesloten op de laadpoort. Houd de connector recht voor het contact en steek deze dan volledig in het laadcontact. Als het probleem aanhoudt, controleer dan of de laadpoort of de connector wordt gehinderd door obstakels. Als er geen obstakels zijn, probeer dan een andere laadkabel.

ROOD - CONTINU

(handeling noodzakelijk)

Er is een storing geconstateerd en het opladen is gestopt of kan niet beginnen. Kijk op het touchscreen of er een storingsbericht wordt weergegeven. Als geen storing aanwezig is, probeer dan een andere laadkabel te gebruiken of de oplaadbron te resetten (raadpleeg de statuslampen op de mobiele connector of Wall Connector, indien van toepassing). Als het gebruik van een andere laadkabel niet helpt, schakel dan de auto uit en probeer het opnieuw via het touchscreen.

GEEN LAMP

(normaal gedrag)

De Model 3 is vergrendeld en staat enige tijd in de slaapstand. Niets. Als u de auto ontgrendelt of op de knop op de oplaadgreep drukt, gaat de statuslamp van de oplaadpoort weer branden.

Terug naar boven

 

Statuslampen mobiele connector Gen 2

Onder normale omstandigheden tijdens het opladen gaan de Tesla-logo lampjes achter elkaar branden en is het rode lampje uit. Identificeer problemen door aandacht te besteden aan deze lichten.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om het apparaat te resetten door de mobiele connector los te koppelen van het voertuig of het stopcontact.

Groene lampjes Rood lampje Betekenis Wat te doen
Alles 1 seconde aan Uit Startfase. Niets. De mobiele connector wordt gestart.
Alles aan Uit Voeding aan. De mobiele connector heeft voeding en is stand-by, maar laadt niet. Zorg dat de mobiele connector op de auto is aangesloten.
Streamen Uit Bezig met laden. Niets. Het opladen verloopt zonder problemen.
Streamen 1 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de Vehicle Connector is gedetecteerd. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 2 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die is gedetecteerd in de stekker waarmee de mobiele connector is aangesloten. Ontkoppel de mobiele connector van zowel de auto als de wand. Controleer of de adapter volledig in de aansluiting is gestoken, sluit de mobiele connector aan op de wand en vervolgens op de auto. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 3 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de regelaar van de mobiele connector is gedetecteerd. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 4 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de wandstekker is gedetecteerd. Controleer of het stopcontact geschikt is voor opladen en of de stekker correct is aangesloten. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Streamen 5 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege een storing die in de adapter is gedetecteerd. Zorg dat de verloopstekker van de mobiele connector goed is aangesloten.
Uit 1 x knipperen Massaprobleem. Er lekt stroom weg via een onveilige verbinding. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 2 x knipperen Massaverlies. De mobiele connector detecteert massaverlies. Zorg ervoor dat de voedingsbron een goede massaverbinding heeft. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Uit 3 x knipperen Relais-/contactgeverstoring Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 4 x knipperen Over- en onderspanningsbeveiliging. Controleer of het stopcontact geschikt is voor opladen en of de stekker correct is aangesloten. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Uit 5 x knipperen Adapterstoring. Zorg dat de verloopstekker van de mobiele connector goed is aangesloten.
Uit 6 x knipperen Stuurstroomfout. De stuurstroomsterkte is onjuist. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 7 x knipperen Softwarefout of verkeerde combinatie. Update de software van de auto wanneer een update beschikbaar is. Als een update niet beschikbaar is, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center.
Uit Aan Zelfcontrole mislukt. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Als het probleem blijft bestaan, koppel de mobiele connector dan los van zowel de auto als het stopcontact en sluit de connector vervolgens weer aan.
Alles aan 1 x knipperen Thermische storing. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Alles aan 5 x knipperen Adapterstoring. De laadstroom wordt beperkt tot 8A. Koppel de mobiele connector los van de auto. Sluit de mobiele connector weer op de auto aan. Als het probleem blijft bestaan, koppel de mobiele connector dan los van zowel de auto als het stopcontact en sluit de connector vervolgens weer aan.
Uit Uit Voeding onderbroken. Ontkoppel de mobiele connector en controleer of de voedingsbron stroom levert.

Terug naar boven

Delen