Doe-het-zelf - Model S

Tesla-eigenaren die basisprocedures of onderhoud van hun Model S zelf willen uitvoeren, kunnen dit doen zonder een serviceafspraak te hoeven maken. Voer een procedure alleen uit als u zeker weet dat u dit zelf kunt en volg daarbij altijd alle verstrekte instructies.

Ga naar de ondersteuningspagina voor antwoorden op verdere vragen.

 

Opnieuw starten van het touchscreen

Als uw touchscreen niet meer reageert of niet naar behoren werkt, kunt u het opnieuw opstarten om het probleem op te lossen.

Let op: Om de veiligheid van de inzittenden en die van andere weggebruikers te garanderen, mag u het touchscreen alleen opnieuw opstarten wanneer de auto in de stand P (Park) staat.

  • Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
  • Houd beide scrolltoetsen op het stuur ingedrukt totdat het touchscreen zwart wordt.
  • Na enkele seconden verschijnt het Tesla-logo. Wacht ongeveer 30 seconden tot het touchscreen opnieuw wordt opgestart. Als het touchscreen na enkele minuten nog steeds niet reageert of vreemd gedrag vertoont, probeer dan de auto uit en weer in te schakelen.

Let op: door het opnieuw opstarten van het touchscreen met de scrolltoetsen wordt de Model X niet in- en uitgeschakeld.

Terug naar boven

 

De auto uit- en weer inschakelen

Als uw auto vreemd gedrag vertoont of een onduidelijke waarschuwing wordt weergegeven, kunt u proberen de auto uit en weer in te schakelen om het probleem op te lossen.

  • Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
  • Tik op het touchscreen op 'Bediening'> 'Veiligheid en beveiliging'> 'Uitschakelen'.
  • Wacht ten minste twee minuten zonder interactie met de auto. Dus niet de portieren openen, het rempedaal bedienen, het touchscreen aanraken, enz.
  • Trap na twee minuten het rempedaal in om de auto te activeren.

Terug naar boven

 

Bluetooth-telefoon koppelen

Door uw telefoon met Bluetooth-functionaliteit te koppelen, kunt u handsfree bellen, toegang krijgen tot uw lijst van contactpersonen, recente gesprekken, enzovoort. U kunt dan ook mediabestanden afspelen vanaf uw telefoon. Zodra een telefoon is gekoppeld, kan Model S verbinding maken met de telefoon wanneer deze binnen bereik is.

Ga in Model S zitten en volg de onderstaande aanwijzingen om een telefoon te koppelen:

  • Zorg ervoor dat zowel het touchscreen als de telefoon zijn ingeschakeld.
  • Schakel Bluetooth op uw telefoon in en zorg dat uw telefoon 'zichtbaar' is voor andere apparaten.

    Let op: op sommige telefoons dient u mogelijk naar Bluetooth-instellingen te gaan voor de rest van de procedure.

  • Tik op het Bluetooth-pictogram boven in het touchscreen.
  • Tik op het touchscreen op 'Nieuw apparaat' > 'Beginnen met zoeken'. Op het touchscreen verschijnt een lijst met alle Bluetooth-apparaten binnen het bereik.
  • Tik op het touchscreen op de telefoon die u wilt koppelen. Binnen enkele seconden wordt op het touchscreen een willekeurig gegenereerd getal weergegeven en hetzelfde getal moet ook op uw telefoon worden weergegeven.
  • Controleer of het getal dat op uw telefoon wordt weergegeven overeenkomt met het getal op het touchscreen. Bevestig vervolgens op uw telefoon dat u de telefoon wilt koppelen.
  • Als hier op uw telefoon om wordt gevraagd, geeft u aan of u de Model S toegang tot uw contactpersonen en mediabestanden wilt verlenen.

Na koppeling maakt de Model S automatisch verbinding met de telefoon en op het touchscreen verschijnt het Bluetooth-symbool naast de naam van de telefoon om aan te geven dat er verbinding is.

Terug naar boven

 

Verbinding maken met wifi

Wifi is beschikbaar als methode voor dataverbinding en is vaak sneller dan mobiele datanetwerken. Verbinding maken met wifi is vooral nuttig in zones met een beperkte of geen mobiele connectiviteit. Om software en kaart-updates snel en betrouwbaar te ontvangen, raadt Tesla u aan de auto verbinding te laten houden met een wifi-netwerk wanneer dat mogelijk is (bijvoorbeeld wanneer de auto 's nachts in uw garage staat).

Verbinding maken met een wifi-netwerk:

  • Tik op het pictogram voor het mobiele netwerk (meestal LTE of 3G) in de bovenhoek van het touchscreen. Model S begint met scannen en geeft de gedetecteerde wifi-netwerken weer die binnen bereik zijn.
  • Selecteer het wifi-netwerk dat u wilt gebruiken, vul het wachtwoord in (indien nodig) en tik dan op 'Bevestigen'.
  • Uw auto maakt verbinding met het wifi-netwerk en maakt in het vervolg automatisch verbinding met dit netwerk wanneer dit binnen bereik is.

U kunt ook verbinding maken met een verborgen netwerk dat niet is opgenomen in de lijst met gescande netwerken. Tik op 'Wifi-instellingen', voer de naam van het netwerk in het dialoogvenster in dat dan wordt geopend, selecteer de beveiligingsinstelling en tik vervolgens op 'Netwerk toevoegen'.

Let op: Als er meer dan één eerder aangesloten netwerk binnen bereik is, maakt Model S verbinding met het recentst gebruikte netwerk.

Let op: U kunt ook een mobiele hotspot of de internetverbinding van uw telefoon gebruiken via wifi-tethering (hiervoor gelden kosten en beperkingen van uw mobiele provider).

Let op: In Tesla Service Centers maakt Model S automatisch verbinding met het wifinetwerk van Tesla Service.

Terug naar boven

 

HomeLink programmeren

HomeLink® programmeren (indien aanwezig):

  • Parkeer de Model S zo, dat de voorbumper zich voor de garagedeur, het hek of de lamp bevindt dat/die u wilt programmeren.
    Let op: tijdens het programmeren kunnen deuren en hekken openen of sluiten. Zorg er daarom voor dat er zich geen personen of objecten in de directe nabijheid van de deuren/hekken bevinden.
  • Pak de afstandsbediening van het systeem en controleer of de batterij goed werkt. Tesla raadt u aan de batterij in de afstandsbediening van het systeem te vervangen voordat u HomeLink programmeert.
  • Tik op het HomeLink-pictogram boven in het touchscreen.
  • Tik op 'HomeLink maken' en selecteer vervolgens de modus die u wilt gebruiken: Standaard, D-modus of UR-modus.
  • Gebruik het touchscreen om een naam voor het apparaat in te voeren en tik op 'Enter' of 'HomeLink maken'.
  • Tik op 'Start' en volg dan de aanwijzingen op het scherm.
    Let op: als u tijdens het programmeren van het apparaat een scherm met de naam "Ontvanger trainen" ziet, vergeet dan niet dat deze stap binnen een bepaalde tijd moet worden uitgevoerd. Nadat u op de knop Learn/Program/Smart op de afstandsbediening van het systeem hebt gedrukt, hebt u ongeveer 30 seconden de tijd om terug te gaan naar uw auto, op 'Doorgaan' te drukken en vervolgens twee keer op de naam van het te trainen HomeLink-systeem te drukken. Overweeg de hulp van een tweede persoon bij deze stap.
  • Zodra het systeem is geprogrammeerd, tikt u op 'Opslaan' om de HomeLink-programmering te voltooien.
  • Controleer of HomeLink naar behoren werkt. Soms moet het programmeerproces worden herhaald voordat het is geslaagd.

Nu kunt u de deuren, het hek, de verlichting enz. bedienen door op het corresponderende HomeLink-pictogram op de statusbalk in het touchscreen te tikken. HomeLink onthoudt de locatie van de opgeslagen systemen en apparaten. Zodra u in de buurt komt van een bekende locatie, verschijnt de HomeLink-bediening automatisch op het touchscreen. De bediening verdwijnt weer als u wegrijdt.

Opmerking: neem contact op met HomeLink voor verdere assistentie of vragen over compatibiliteit.

Terug naar boven

 

Inremmen

Nadat remblokken en/of remschijven zijn vervangen, is het zogeheten inremmen noodzakelijk. Daarnaast kan door inremmen een situatie verhelpen waarin de remmen een hoog piepend geluid produceren tijdens het remmen, vooral als het geluid hoorbaar is tijdens het rijden in de regen, rijden in koude en/of vochtige klimaten, of als er roest op het oppervlak van de remcomponenten aanwezig is. Bedenk dat dit een gebruikelijk verschijnsel is bij alle voertuigen met schijfremmen en dat de remprestaties hierdoor niet worden beïnvloed.

Inremmen:

Let op: houd u aan alle lokale verkeersregels en verricht de manoeuvres uitsluitend op een geschikte locatie waar dergelijke activiteiten zijn toegestaan, met weinig tot geen verkeer.

  • Tik op het touchscreen op 'Bediening'> 'Rijden'> 'Regeneratief remmen'> 'Laag'.
  • Opmerking: deze instelling ontbreekt op nieuwere voertuigen. Als deze instelling niet aanwezig is, ga dan verder met de procedure.

  • Rijd met op een rechte weg, met een snelheid van ongeveer 80 km/u - 90 km/u.
  • Oefen matige, constante druk uit op het rempedaal om de auto langzaam af te remmen en laat het pedaal los bij 15 km/u.
  • Herhaal deze procedure 6 keer en wacht ten minste 30 seconden tussen het remmen.

Let op: als het geluid nog steeds hoorbaar is, gebruik dan uw mobiele app om contact op te nemen met Tesla of een serviceafspraak te plannen.

Terug naar boven

 

Uw auto ontgrendelen en starten met behulp van de mobiele Tesla-app

U kunt de mobiele app gebruiken om de Model S te ontgrendelen en te starten. Dit kan handig zijn in gevallen waarin u uw sleutel niet bij u draagt of fysiek niet in de buurt van de auto bent (als u bijvoorbeeld de auto wilt ontgrendelen voor uw partner vanuit de andere kant van de stad).

Let op: uw telefoon en auto moeten beide actief zijn verbonden met het mobiele netwerk en mobiele toegang moet zijn ingeschakeld op het touchscreen (Bediening > Veiligheid en beveiliging > Mobiele toegang toestaan) om de mobiele app met uw auto te laten communiceren. Tesla raadt u aan altijd een werkende fysieke sleutel mee te nemen wanneer u uw auto parkeert in een omgeving waar geen of slechts beperkte dekking van het mobiele netwerk is, zoals een overdekte parkeergarage.

Uw auto ontgrendelen met behulp van de mobiele app:

  • Open de mobiele app.
  • Tik op 'Bediening'> 'Ontgrendelen'.
  • Tik op 'Ja' in het bevestigingsvenster.

Uw auto starten met behulp van de mobiele app:

  • Open de mobiele app.
  • Tik op 'Bediening'> 'Start'.
  • Voer het wachtwoord van uw Tesla-account in het bevestigingsvenster in.

Let op: na het inschakelen van sleutelloos rijden hebt u twee minuten om te beginnen rijden. Als de periode van twee minuten is verstreken voordat u gaat rijden, moet u sleutelloos rijden opnieuw inschakelen.

Terug naar boven

 

Batterij in sleutel vervangen

De batterij in de sleutel gaat bij normaal gebruik ongeveer een jaar mee. Als de batterij leegraakt, verschijnt er een bericht op het instrumentenpaneel. Vervang de batterij op de volgende wijze:

Let op: Tesla raadt aan de batterij van elke sleutel tegelijkertijd te vervangen.

  • Leg de sleutel met de knoppen omlaag gericht op een zacht oppervlak en gebruik een hulpmiddel met een klein, plat uiteinde of uw vingernagel om het deksel aan de onderkant te openen.
  • Verwijder de batterij door deze voorzichtig uit de bevestigingsklemmen aan de voorzijde te lichten.
  • Plaats de nieuwe batterij (type CR2032) met de ‘+’ naar boven.

    Opmerking: Tesla raadt het gebruik aan van Panasonic CR2032 batterijen. Deze kunnen worden aangeschaft bij webwinkels, plaatselijke supermarkten en elektronicawinkels.

    Let op: Veeg de batterij schoon voordat u hem plaatst en vermijd aanraking van de platte kanten van de batterij. Vingerafdrukken op de platte kanten van de batterij kunnen de levensduur van de batterij verkorten.

  • Houd het deksel onder een hoek, lijn de lippen aan de breedste zijde van het deksel uit met de bijbehorende sleuven in de sleutel en druk het deksel stevig op de sleutel tot hij op zijn plaats vastklikt.
  • Controleer of de sleutel werkt door uw auto te ontgrendelen en te vergrendelen.

Terug naar boven

 

Ontgrendelen wanneer de sleutel niet werkt

Als Model S niet wordt ontgrendeld wanneer u naar de auto loopt of dubbelklikt op de ontgrendeltoets aan de bovenkant van uw sleutel, is de batterij van de sleutel mogelijk leeg. Zelfs als dit het geval is, kunt u de sleutel nog steeds gebruiken om Model S te ontgrendelen en te rijden.

Let op: U kunt weliswaar nog steeds uw sleutel gebruiken, maar overweeg om de mobiele app te gebruiken om de auto op afstand te ontgrendelen en te starten. Vervang vervolgens de batterij van de sleutel bij de eerste gelegenheid.

Om Model S te ontgrendelen (en het alarmsysteem uit te schakelen) met behulp van de sleutel, plaatst u eerst de sleutel bij de onderkant van de ruitenwisser aan de passagierszijde. Druk vervolgens op portiergreep van het rechter voorportier. Als Model S niet wordt ontgrendeld, probeer dan de positie van de sleutel te wijzigen en probeer het opnieuw. De sleutel moet in de juiste positie staan om de auto te ontgrendelen.

Let op: de volgende illustratie gaat uit van een voertuig met stuur links. Bij een auto met stuur rechts moeten de locaties worden omgekeerd.

Om met Model S te kunnen rijden nadat u bent ingestapt, moet u de onderkant van de sleutel tegen de middenconsole, direct onder de 12V-aansluiting, plaatsen. Trap vervolgens het rempedaal in en houdt het pedaal ingetrapt om de Model S te starten.

Let op: Als Model S op deze manier wordt ontgrendeld, wordt de wegloopvergrendeling uitgeschakeld. U moet de wegloopvergrendeling na het vervangen van de batterij in de sleutel handmatig opnieuw inschakelen.

Terug naar boven

 

Het HEPA-filter vervangen

Als een HEPA-filter aanwezig is, raadt Tesla aan dit filter om de 3 jaar te vervangen (jaarlijks in China).

Het HEPA-filter vervangen:

  • Open de voorklep.
  • Verwijder de achterste afdekplaat onder de kap.
  • Verwijder zowel de linker als de rechter afdekplaat onder de kap.
  • Verwijder de rand aan de onderzijde aan de voorzijde van de carrosserie.
  • Koppel aan beide zijden van het inlaatkanaal van het HEPA-filter de aftapslang los van de paravan.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om voorzichtig de klemmen (x3) los te maken waarmee het inlaatkanaal van het HEPA-filter is bevestigd aan de paravan. Verwijder het inlaatkanaal uit de auto.

    Let op: Voorkom dat u de nokken beschadigt waarmee het inlaatkanaal is uitgelijnd met het HEPA-filterhuis.

  • Maak het uitlaatkanaal van het HEPA-filter los door het voorzichtig op te tillen in de richting van de voorkant van de auto en het vervolgens rechtsom te draaien. Verwijder het uitlaatkanaal uit de auto.
  • Vouw de afdichtingen van de achterbak voorzichtig naar achteren om de voorkant van de mat in de opbergruimte onder de voorklep los te maken. Koppel vervolgens de elektrische aansluiting van de verlichting en noodontgrendelingsschakelaar van de opbergruimte onder de voorklep los. Leid de connectoren door de mat in de opbergruimte onder de voorklep.
  • Verwijder de mat uit de opbergruimte onder de voorklep.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de drukklemmen (x2) los te maken waarmee de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd.
  • Verwijder de bevestigingen (x2) waarmee de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd aan de auto. Verwijder de opbergruimte onder de voorklep en het HEPA-filter als één geheel uit de auto.
  • Verwijder de bevestigingen (x8) waarmee het HEPA-filter aan de achterkant van de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd.
  • Verwijder het oude HEPA-filter uit de opbergruimte onder de voorklep.
  • Breng het nieuwe HEPA-filter aan achter de opbergruimte onder de voorklep.
  • Zet de bevestigingen (x8) vast waarmee het HEPA-filter aan de achterkant van de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd (aanhaalmoment 3.5 Nm).
  • Breng de opbergruimte onder de voorklep het HEPA-filter weer aan in de voorbak.
  • Zet de bevestigingen (x2) vast waarmee de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd aan de auto (aanhaalmoment 7 Nm).
  • Maak de drukklemmen (x2) waarmee de opbergruimte onder de voorklep is bevestigd weer vast.
  • Breng de mat weer aan in de opbergruimte onder de voorklep.
  • Leid de elektrische connectoren door de mat. Sluit de elektrische connectoren voor de verlichting en noodontgrendelingsschakelaar van de opbergruimte onder de voorklep weer aan en verstel vervolgens de afdichting om binnendringen van water en vuil te voorkomen.
  • Breng het uitlaatkanaal van het HEPA-filter weer aan.
  • Maak de klemmen (x3) waarmee het inlaatkanaal van het HEPA-filter is bevestigd aan de paravan weer vast.
  • Sluit aan beide zijden van het inlaatkanaal van het HEPA-filter de aftapslang weer aan op de paravan.
  • Breng de afdekplaten aan de voorzijde, linkerzijde, rechterzijde en achterzijde weer aan en sluit vervolgens de voorklep.

Terug naar boven

 

Draadloze telefoonlader installeren

De draadloze telefoonlader is verkrijgbaar bij de Tesla Online Store. Voer de volgende handelingen uit om de draadloze telefoonlader te installeren in een Model S die is uitgerust met een middenconsole:

  • Open het schuifdeksel van de middenconsole en de klep van de telefoondock.
  • Verwijder de mat van de telefoondock door deze recht omhoog te tillen.
  • Gebruik een kruiskopschroevendraaier om de schroeven (x2) te verwijderen waarmee de adaptersteun van de bestaande telefoondock aan de middenconsole is bevestigd. Verwijder de bestaande telefoondock, indien aanwezig.
  • Beweeg de klep van de telefoondock gedeeltelijk omlaag en druk vervolgens de adaptersteun van de telefoondock in de richting van de voorkant van de auto. Verwijder de adaptersteun van de telefoondock met uw hand in de middenconsole.
  • Beweeg de klep van de telefoondock gedeeltelijk omlaag en monteer vervolgens de nieuwe adaptersteun voor de telefoondock.

    Let op: zorg ervoor dat de nokken volledig zijn vastgeklikt in de middenconsole.

  • Lijn de openingen in de adaptersteun van de nieuwe telefoondock uit met de openingen in de middenconsole, en breng vervolgens de schroeven (x2) aan waarmee de adaptersteun van de telefoondock wordt bevestigd aan de middenconsole (draai de schroeven vast met 0,28 Nm/0,2 ft-lbs).
  • Voer de USB-kabel naar onderen naar binnen, door de opening in de adaptersteun van de telefoondock.
  • Druk de klep van de telefoondock gedeeltelijk omlaag en plaats vervolgens de nieuwe draadloze telefoonlader zodanig dat de nokken aan beide zijden zijn uitgelijnd met de sleuven op de middenconsole. Druk de draadloze telefoonlader omlaag totdat u een klikgeluid hoort en de draadloze telefoonlader volledig is vergrendeld.
  • Leid de USB-kabel zodanig dat deze omhoog gaat en door de opening achter de nieuwe adaptersteun van de telefoondock wordt gevoerd. Trek aan de USB-kabel zodat er een minimale speling is onder de klep van de telefoondock.
  • Leid de USB-kabel voorzichtig door de bevestigingsnokken op het kanaal in het gegoten kunststof in de middenconsole.

    Voorzichtig: let op dat u de bevestigingsnokken niet beschadigt.

  • Sluit de USB-kabel aan op een van de poorten op de middenconsole.
  • Breng de mat van de telefoondock weer aan, waarbij de inkeping op één lijn ligt met de USB-kabel. Zorg ervoor dat u het voorste deel omlaag drukt, zodat het onder de adaptersteun van de telefoondock steekt en volledig vlak ligt met de middenconsole.

Terug naar boven

 

Bandenspanning controleren en corrigeren

Volg de onderstaande aanwijzingen als de banden koud zijn en de Model S minstens drie uur stil heeft gestaan:


  • Raadpleeg de sticker met informatie over banden en belading op de middenstijl aan bestuurderszijde voor de aanbevolen bandenspanning.
  • Verwijder de ventieldop.
  • Druk stevig een nauwkeurige bandenspanningsmeter op het ventiel om de spanning te meten.
  • Breng de band zo nodig op de juiste spanning door lucht toe te voegen of te verwijderen.

    Let op: U kunt lucht laten ontsnappen door het metalen steeltje in het midden van het ventiel in te drukken.

  • Controleer opnieuw de bandenspanning met de nauwkeurige bandenspanningsmeter.
  • Herhaal indien nodig stap 3 en 4 totdat de bandenspanning correct is.
  • Brengt het dopje weer aan op het ventiel om het tegen vuil te beschermen. Controleer het ventiel regelmatig op beschadigingen en lekkage.

Terug naar boven

 

Rijden om camera's te kalibreren

Model S moet met veel precisie manoeuvreren wanneer Autopilot-functies worden gebruikt. Daarom moeten enkele camera's een zelfkalibratieproces uitvoeren voordat bepaalde functies (bijvoorbeeld Verkeersbewuste cruise control of Stuurautomaat) voor de eerste keer of na bepaalde servicereparaties kunnen worden gebruikt. Voor uw gemak verschijnt er een voortgangsindicator op het instrumentenpaneel.

De kalibratie is normaal voltooid nadat er 32-40 km is gereden, maar de afstand varieert afhankelijk van de weg- en omgevingsomstandigheden. Bij rijden op een rechte weg met goed zichtbare rijstrookmarkeringen kan de Model S de kalibratie sneller uitvoeren. Wanneer de kalibratie is voltooid, zijn de Autopilot-functies gereed voor gebruik. Neem alleen contact op met Tesla als uw Model S het kalibratieproces niet heeft voltooid nadat u 160 km hebt gereden.

Let op: Als u een functie probeert te gebruiken die niet beschikbaar is totdat het kalibratieproces is voltooid, wordt de functie niet ingeschakeld en verschijnt er een bericht op het touchscreen.

Let op: Model S moet het kalibratieproces herhalen wanneer door Tesla onderhoud is uitgevoerd aan de camera's of, in sommige gevallen, na een software-update.

Let op: Het zelfkalibratieproces waarbij met de auto moet worden gereden is alleen van toepassing op een Model S gebouwd na ongeveer 12 oktober 2016.

Terug naar boven

 

Voorklepveren vervangen

U kunt de voorklepveren vervangen wanneer deze om de een of andere reden niet meer goed werken. Voorklepveren vervangen:

  • Open de voorklep en gebruik een niet-beschadigend voorwerp om deze tijdelijk te ondersteunen.
  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem aan de onderzijde van de veer los te maken en trek de veer van de steun op de carrosserie van de auto.


  • Gebruik een bekledingsgereedschap om de klem aan de bovenzijde van de veer los te maken en trek de veer van de steun op de voorklep. Verwijder de oude veer van de auto.


  • Reinig de montageplaatsen op de auto en smeer vervolgens de beide scharnierpunten van de nieuwe veer.
  • Bevestig het stangeinde van de veer aan de carrosserie van de auto en vervolgens het rompeinde van de veer aan de voorklep. Zorg ervoor dat de klemmen zijn bevestigd.
  • Verwijder het voorwerp van de voorklep en controleer of de klep op de juiste manier open en dicht gaat.

Terug naar boven

 

Ruitensproeiervloeistof bijvullen

Het enige reservoir dat u kunt bijvullen, is het ruitensproeierreservoir, dat zich achter de voorbak bevindt. Als het niveau laag is, verschijnt er een waarschuwing op het instrumentenpaneel.

Ruitensproeiervloeistof bijvullen:

  • Open de voorklep.
  • Reinig de omgeving van de vuldop van het reservoir voordat u de dop verwijdert, om te voorkomen dat er vuil in het reservoir komt.
  • Open de vuldop.


  • Vul zonder te morsen het reservoir bij tot het vloeistofniveau net zichtbaar is in de nek van de vulpijp.
  • Veeg eventueel gemorste vloeistof direct af en was het bevuilde oppervlak met water.
  • Plaats de vuldop terug.

Let op: In sommige landen gelden beperkingen ten aanzien van het gebruik van Volatile Organic Compounds (VOC's). VOC's worden doorgaans gebruikt als antivries in ruitensproeiervloeistof. Gebruik een ruitensproeiervloeistof met beperkte VOC-inhoud alleen als de vloeistof voldoende bescherming biedt in het klimaat waar u met de Model S rijdt.

Let op: Lokale regelgeving staat het gebruik van ruitensproeiervloeistof op methanolbasis niet toe. Gebruik in plaats daarvan ruitensproeiervloeistof op ethanolbasis.

Let op: Vul geen kant-en-klare vloeistoffen bij waar middelen tegen insecten of waterafstotende middelen aan zijn toegevoegd. Deze middelen kunnen een laagje op de ruit achterlaten waardoor het zicht belemmerd wordt of waardoor vervelende bijgeluiden kunnen optreden.

Waarschuwing: Gebruik ruitensproeiervloeistof met antivries bij temperaturen lager dan 4 °C. Het gebruik van sproeiervloeistof zonder antivries bij koud weer kan het zicht ernstig belemmeren.

Waarschuwing: Ruitensproeiervloeistof kan de ogen en huid irriteren. Lees en houd u aan de instructies van de fabrikant van de ruitensproeiervloeistof.

Terug naar boven

 

Openingshoogte van de achterklep afstellen

Als Model S een elektrisch bediende achterklep heeft, kunt u de hoogte van de opening zelf instellen zodat deze gemakkelijke bereikbaar is of om lage plafonds of voorwerpen te vermijden (bijv. een garagedeur of lamp):

  • Open de achterklep helemaal en laat deze vervolgens handmatig zakken of omhoogkomen tot de gewenste hoogte.
  • Druk op de schakelaar aan de onderzijde van de achterklep en houd deze minstens twee seconden ingedrukt tot er een geluidssignaal klinkt ter bevestiging.


  • Bevestig het instellen van de hoogte door de klep te sluiten en dan opnieuw te openen.

Terug naar boven

 

Ruitenwisserbladen vervangen

Voor optimale prestaties dienen de ruitenwisserbladen minimaal één keer per jaar te worden vervangen.
Let op: Monteer uitsluitend vervangende ruitenwisserbladen die identiek zijn aan de originele bladen. Het gebruik van ongeschikte ruitenwisserbladen kan de werking van de regensensor beïnvloeden en het ruitenwissersysteem en de voorruit beschadigen.

Ruitenwisserbladen vervangen:

  • Schakel naar P (Park) en schakel de ruitenwissers uit.
  • Tik op 'Bediening' > 'Service' > 'Ruitenwissers servicestand' > 'AAN' om de wissers in de servicestand te zetten.
  • Til het ruitenwisserarm een klein stukje van de voorruit op, zodat u net voldoende toegang tot het blad hebt.

    Let op: de ruitenwisserbladen blijven niet in een opgetilde positie staan. Til een ruitenwisserarm niet verder op dan bedoeld.

  • Plaats een handdoek onder de ruitenwisserarm om krassen of barsten in de voorruit te voorkomen wanneer de arm om een of andere reden omlaag gaat.
  • Houd de wisserarm vast en de vergrendellip in terwijl u het wisserblad omlaagschuift op de wisserarm.



  • Breng het wisserblad in lijn met de arm en schuif het blad langs de ruitenwisserarm naar de bocht aan het einde van de arm tot het vastklikt.
  • Plaats de wisserbladen voorzichtig tegen de voorruit.
  • Schakel 'Ruitenwissers servicestand' uit om de wissers weer in de normale stand te zetten.

Terug naar boven

 

Laadkabel handmatig ontgrendelen

Als de normale methoden voor het ontgrendelen van een laadkabel van het laadcontact (met de ontgrendelknop van de connector, het touchscreen of de mobiele app) niet werken, volg dan nauwkeurig de onderstaande stappen:

  • Controleer op het laadscherm of touchscreen of de Model S niet actief wordt opgeladen. Tik indien nodig op 'Opladen stoppen'.
  • Open de achterbak.
  • Opende klep aan de linkerzijde van het bekledingspaneel van de bagageruimte.


  • Duw de hendel voor handmatige ontgrendeling van het laadcontact naar de voorkant van de auto om de laadkabel te ontgrendelen.

    Waarschuwing: u mag de oranje hoogspanningskap niet aanraken of verwijderen. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot een elektrische schok en ernstig letsel.

    Let op: Heeft uw auto geen hendel voor handmatige ontgrendeling van het laadcontact heeft, stop dan met de procedure en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center.

    Let op: De positie van de hendel voor handmatige ontgrendeling kan per land verschillen.





  • Trek de laadkabel uit het laadcontact.
  • Sluit de klep aan de linkerzijde van het bekledingspaneel van de bagageruimte.

Let op: De ontgrendelingshendel is alleen bedoeld voor gevallen waarin de laadkabel niet op de normale manieren kan worden losgekoppeld van het laadcontact. Continu gebruik kan schade toebrengen aan de ontgrendelingshendel of laadapparatuur.

Waarschuwing: Voer deze procedure niet uit terwijl uw voertuig wordt opgeladen of wanneer er oranje stroomleidingen blootliggen. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot een elektrische schok en ernstig letsel of beschadiging van het voertuig. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als u niet zeker weet hoe u deze procedure veilig kunt uitvoeren.

Waarschuwing: Probeer de laadkabel niet te verwijderen op hetzelfde moment waarop u de ontgrendelingshendel naar de voorkant van de auto duwt. Duw de ontgrendelingshendel altijd naar de voorkant van de auto en houd de hendel vast voordat u de laadkabel uit het laadcontact verwijdert. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot een elektrische schok en ernstig letsel.

Terug naar boven

 

Grille-afdekplaat verwijderen en monteren

Een Model S gebouwd vóór april 2016 is uitgerust met een grille-afdekplaat die is bevestigd aan de voorbumper. Om de grille-afdekplaat te verwijderen moeten de 12V-klemmen en de voorklepvergrendeling bereikbaar zijn.

De grille-afdekplaat verwijderen:

  • Gebruik een kunststof bekledingsgereedschap om voorzichtig de rand van grille-afdekplaat los te maken van de bekleding.


  • Als de auto is uitgerust met parkeersensoren, koppel de connectoren van de parkeersensoren (x2) dan los door de nok in te drukken de connector voorzichtig los te maken.


De grille-afdekplaat monteren:

  • Als de auto is uitgerust met parkeersensoren, sluit dan de connectoren van de parkeersensoren (x2) aan.
  • Lijn de klemmen op de grille-afdekplaat uit met de overeenkomstige gaten in de bekleding.
  • Druk de grille-afdekplaat met beide handen in de bekleding zodat alle klemmen zijn vastgeklikt. Druk rondom op de rand van de grille-afdekplaat om ervoor te zorgen dat deze goed vastzit.

Terug naar boven

 

Statuslampen laadpoort

Wanneer de laadpoort open is, verandert de kleur van de statuslamp om de huidige status aan te geven en te helpen bij het oplossen van problemen in het onwaarschijnlijke geval dat deze zich voordoen. Als herinnering gaat de laadpoortlamp na korte tijd uit wanneer de auto wordt vergrendeld (bijvoorbeeld wanneer u naar de auto loopt nadat deze enige tijd is opgeladen).

Let op: Als u de auto op de oplader hebt aangesloten, let dan op de kleur van de laadpoort voordat u wegloopt. Als de lamp rood of oranje is, los dan het probleem op voordat u de auto verlaat, om er zeker van te zijn dat deze correct wordt opgeladen.

Kleur van laadpoortlamp Betekenis Wat te doen

WIT - CONTINU

(normaal gedrag)

Model S is gereed voor opladen en de connector is niet aangesloten, of het laadcontact is ontgrendeld en de connector kan worden verwijderd. Sluit de oplaadconnector aan als u de auto wilt opladen of verwijder de oplaadconnector als u klaar bent met opladen.

BLAUW - KNIPPERT

(normaal gedrag)

Model S communiceert actief met het oplaadpunt. Niets. Wacht enkele seconden totdat de laadpoort groen begint te knipperen (opladen) of continu blauw gaat branden (er is een toekomstige oplaadsessie gepland).

BLAUW - CONTINU

(mogelijk is een handeling noodzakelijk)

Model S detecteert dat een connector is aangesloten en de oplaadsessie is gepland op een bepaald tijdstip in de toekomst. De auto wordt niet actief opgeladen. Als u de auto onmiddellijk wilt opladen, schakel dan Gepland opladen uit of tik op Opladen starten op het touchscreen of in uw mobiele app. Als de instelling Gepland opladen bewust is gekozen, is geen verdere actie nodig. Gepland opladen onthoudt uw locatie.

GROEN - KNIPPERT

(normaal gedrag)

Bezig met laden. Het groene licht knippert langzamer naarmate de batterij van de Model S verder opgeladen wordt. Niets. Verwijder de laadkabel wanneer u klaar bent met opladen.

GROEN - CONTINU

(normaal gedrag)

Laden voltooid. Verwijder de laadkabel wanneer u klaar bent om weg te rijden.

ORANJE - CONTINU

(handeling noodzakelijk)

De connector is niet volledig aangesloten op de laadpoort. Houd de connector recht voor het contact en steek deze dan volledig in het laadcontact. Als het probleem aanhoudt, controleer dan of de laadpoort of de connector wordt gehinderd door obstakels. Als er geen obstakels zijn, probeer dan een andere laadkabel.

ORANJE - KNIPPERT

(handeling noodzakelijk)

Model S wordt opgeladen met een verlaagde stroomsterkte, omdat deze niet volledig is aangesloten op de laadpoort. Houd de connector recht voor het contact en steek deze dan volledig in het laadcontact. Als het probleem aanhoudt, controleer dan of de laadpoort of de connector wordt gehinderd door obstakels. Als er geen obstakels zijn, probeer dan een andere laadkabel.

ROOD - CONTINU

(handeling noodzakelijk)

Er is een storing geconstateerd en het opladen is gestopt of kan niet beginnen. Kijk op het instrumentenpaneel of het touchscreen of er een storingsbericht wordt weergegeven. Als geen storing aanwezig is, probeer dan een andere laadkabel te gebruiken of de oplaadbron te resetten (raadpleeg de statuslampen op de mobiele connector of Wall Connector, indien van toepassing). Als het gebruik van een andere laadkabel niet helpt, schakel dan de auto uit en probeer het opnieuw met het touchscreen.

GEEN LAMP

(normaal gedrag)

Model S is vergrendeld en staat enige tijd in de slaapstand. Niets. Als u de auto ontgrendelt of op de knop op de oplaadgreep drukt, gaat de statuslamp van de oplaadpoort weer branden.

Terug naar boven

 

Statuslampen mobiele connector Gen 2

Onder normale omstandigheden tijdens het opladen gaan de Tesla-logo lampjes achter elkaar branden en is het rode lampje uit. Identificeer problemen door aandacht te besteden aan deze lichten.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om het apparaat te resetten door de mobiele connector los te koppelen van het voertuig of het stopcontact.

Groene lampjes Rood lampje Betekenis Wat te doen
Alles 1 seconde aan Uit Startfase. Niets. De mobiele connector wordt gestart.
Alles aan Uit Voeding aan. De mobiele connector heeft voeding en is stand-by, maar laadt niet. Zorg dat de mobiele connector op de auto is aangesloten.
Streamen Uit Bezig met laden. Niets. Het opladen verloopt zonder problemen.
Streamen 1 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de Vehicle Connector is gedetecteerd. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 2 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die is gedetecteerd in de stekker waarmee de mobiele connector is aangesloten. Ontkoppel de mobiele connector van zowel de auto als de wand. Controleer of de adapter volledig in de aansluiting is gestoken, sluit de mobiele connector aan op de wand en vervolgens op de auto. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 3 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de regelaar van de mobiele connector is gedetecteerd. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Streamen 4 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege de hoge temperatuur die in de wandstekker is gedetecteerd. Controleer of het stopcontact geschikt is voor opladen en of de stekker correct is aangesloten. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Streamen 5 x knipperen De laadstroom wordt verlaagd vanwege een storing die in de adapter is gedetecteerd. Zorg dat de verloopstekker van de mobiele connector goed is aangesloten.
Uit 1 x knipperen Massaprobleem. Er lekt stroom weg via een onveilige verbinding. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 2 x knipperen Massaverlies. De mobiele connector detecteert massaverlies. Zorg ervoor dat de voedingsbron een goede massaverbinding heeft. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Uit 3 x knipperen Relais-/contactgeverstoring Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 4 x knipperen Over- en onderspanningsbeveiliging. Controleer of het stopcontact geschikt is voor opladen en of de stekker correct is aangesloten. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Uit 5 x knipperen Adapterstoring. Zorg dat de verloopstekker van de mobiele connector goed is aangesloten.
Uit 6 x knipperen Stuurstroomfout. De stuurstroomsterkte is onjuist. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Probeer een ander stopcontact. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 7 x knipperen Softwarefout of verkeerde combinatie. Update de software van de auto wanneer een update beschikbaar is. Als een update niet beschikbaar is, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center.
Uit Aan Zelfcontrole mislukt. Koppel de mobiele connector los van de auto en sluit deze vervolgens weer aan. Als het probleem blijft bestaan, koppel de mobiele connector dan los van zowel de auto als het stopcontact en sluit de connector vervolgens weer aan.
Alles aan 1 x knipperen Thermische storing. Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Alles aan 5 x knipperen Adapterstoring. De laadstroom wordt beperkt tot 8A. Koppel de mobiele connector los van de auto. Sluit de mobiele connector weer op de auto aan. Als het probleem blijft bestaan, koppel de mobiele connector dan los van zowel de auto als het stopcontact en sluit de connector vervolgens weer aan.
Uit Uit Voeding onderbroken. Ontkoppel de mobiele connector en controleer of de voedingsbron stroom levert.

Terug naar boven

 

Statuslampen mobiele connector Gen 1

Onder normale omstandigheden lichten tijdens het opladen de lampjes van de mobiele connector na elkaar op en is het rode lampje uit. Let op deze lampjes om te zien of er problemen zijn.

Let op: In sommige gevallen kan het nodig zijn om het apparaat te resetten door op de RESET-knop aan de achterzijde in te drukken.

Frontaal


Terug


Groene lampjes Rood lampje Betekenis Wat te doen
Alle lampjes maken een vloeiende beweging Uit Bezig met laden Niets. Het opladen verloopt zonder problemen.
Alles aan Uit Voeding aan. De mobiele connector heeft spanning, maar laadt niet, of er is een laadschema ingeschakeld Zorg dat de mobiele connector op de auto is aangesloten.
Uit 1 x knipperen Massaprobleem. Er lekt stroom weg via een onveilige verbinding Dit moet automatisch binnen 15 minuten gereset worden. Als dat niet gebeurt, zorg dan dat er niemand in de auto zit of de auto aanraakt en druk vervolgens op de RESET-knop.
Uit 2 x knipperen Zelfcontrole mislukt Ontkoppel de mobiele connector van de auto en druk op de RESET-knop. Sluit de mobiele connector weer op de auto aan. Als het probleem blijft voordoen, koppel de mobiele connector dan los van zowel de auto als het stopcontact en sluit de connector vervolgens weer aan. Sluit de kabel altijd eerst aan op het stopcontact en daarna op het laadcontact in de auto.
Uit 3 x knipperen Geen contact Ontkoppel de mobiele connector van de auto en wacht 10 seconden. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center als de storing blijft bestaan.
Uit 4 x knipperen Het massacontrolecircuit heeft een massaverlies gedetecteerd. Zorg ervoor dat de voedingsbron een goede massaverbinding heeft. Overweeg de kabel aan te sluiten op een ander stopcontact. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Uit 5 x knipperen Storing in sensorcircuit Zorg dat de verloopstekker van de mobiele connector goed is aangesloten.
Uit 6 x knipperen Thermische storing Laad de batterij op in een koelere omgeving, zet de auto bijvoorbeeld in een garage of in de schaduw.
Uit Meer dan 6 x knipperen De mobiele connector moet wellicht gerepareerd worden Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Service Center.
Uit Uit Voeding onderbroken Ontkoppel de mobiele connector en controleer of de voedingsbron stroom levert.

Terug naar boven

Delen