Periodieke inspectie
De periodieke inspectie is een regelmatige inspectie van de voertuigveiligheid, de technische staat van een voertuig en de uitlaatemissies. Tesla's moeten een periodieke inspectie ondergaan of naar een extern keuringscentrum worden gebracht voor de uitvoering van de tests en de certificering.
Krijg meer informatie over voor Tesla specifieke details, zoals de plaatsen waar het VIN te vinden is, de krikpunten, de instellingen voor de vrijloop en de procedures voor remmentests, om zo de periodieke inspectie te vergemakkelijken. Deze informatie is niet bedoeld als een allesomvattend overzicht van de vereisten voor periodieke inspecties, en mag dus niet als zodanig worden beschouwd.
U kunt de meest recente informatie in de servicehandleidingen vinden.
Het voertuigidentificatienummer (VIN) van een Tesla is te vinden op de onderstaande locaties.
Alle modellen: het VIN is te vinden onder de voorruit aan de bestuurderszijde.
Alle modellen (behalve Model 3 en Model Y met een VIN beginnend met LRW): het VIN is te vinden op de portierstijl aan de bestuurderszijde.
Model 3 en Model Y (VIN beginnend met LRW): het VIN is te vinden onder de rechter voorstoel.
Model 3 en Model Y (VIN beginnend met 5YJ): het VIN is te vinden onder de bekleding van de B-stijl rechtsboven.
Model Y (VIN beginnend met XP7) en Model X: het VIN is te vinden onder de dorpelbekleding rechts achter.
Model S gebouwd t/m september 2015: het VIN is te vinden onder de achterste afdekplaat onder de kap op de voorste dwarsbalk.
Model S gebouwd na september 2015: het VIN is te vinden onder de dorpelbekleding rechts voor.
Als het voertuig is uitgerust met een OBD-connector, bevindt deze zich aan de onderkant van het dashboard, in de voetenruimte aan de bestuurderszijde. Sommige uitvoeringen van Model 3 en Model Y zijn mogelijk niet voorzien van een OBD-connector, omdat deze connector tot 2024 niet verplicht was voor elektrische voertuigen.
Meer informatie over diagnosekabels in de Tesla Service-portal.
Wanneer de klant het voertuig binnenbrengt voor de test, zorg er dan voor dat hij de functie 'Pincode voor rijden' uitschakelt. Als 'Pincode voor rijden' is ingeschakeld, kunnen sommige tests niet worden uitgevoerd wanneer u de pincode van de klant niet hebt.
Veiligheidsoverwegingen
Houd rekening met het volgende bij het heffen van uw voertuig:
- Gebruik de juiste apparatuur voor deze procedure om de kans op persoonlijk letsel te verkleinen.
- Breng het voertuig nooit omhoog als er een oplaadkabel is aangesloten, zelfs niet als er niet opgeladen wordt.
- Werk nooit aan een auto die niet goed ondersteund wordt. Anders kan dit leiden tot ernstige schade, lichamelijk letsel of de dood.
Luchtvering
Controleer voordat u het voertuig omhoogbrengt of het is uitgerust met luchtvering. Bepaalde uitvoeringen van Model S en alle uitvoeringen van Model X zijn uitgerust met luchtvering. Om te bepalen of uw Model S is uitgerust met luchtvering, opent u 'Bediening' op het touchscreen van uw voertuig. Als het voertuig is uitgerust met luchtvering, wordt een tabblad 'Vering' weergegeven in het linkermenu van het touchscreen.
Als uw voertuig is uitgerust met luchtvering, moet u de Krik-stand activeren. Voordat u de Krik-stand activeert, moet u ervoor zorgen dat het voertuig is ingeschakeld en dat de sleutel is herkend.
Volg deze stappen om de Krik-stand te activeren via het touchscreen van uw voertuig:
- Tik op 'Bediening' > 'Vering'.
- Trap het rempedaal in en tik op 'Zeer hoog' om de vering in de hoogste stand te zetten.
- Houd het rempedaal ingetrapt en tik op 'Bediening' > 'Service' > 'Krik-stand' om de automatische hoogteregeling uit te schakelen.
- Tik om te controleren of de Krik-stand actief is op 'Bediening' > 'Vering'. Als de Krik-stand actief is, wordt op het scherm een losgenomen wiel weergegeven. De Krik-stand kan worden uitgeschakeld door nogmaals op de toets 'Krik-stand' te tikken of door met het voertuig sneller dan 7 km/u te rijden.
Opmerking: Als u de Krik-stand niet activeert voordat u het voertuig omhoog brengt, kan dit leiden tot schade aan de ophanging en ernstig persoonlijk letsel.
Hefinstructies
Volg deze stappen voor het heffen van uw voertuig:
- Als uw voertuig is uitgerust met luchtvering, activeer dan de Krik-stand.
- Plaats het voertuig centraal tussen de kolommen van de hefbrug.
- Plaats de blokken van de hefarmen onder de langsbalken op de vier hieronder aangegeven locaties (groene locaties, afbeelding 1 en afbeelding 2).
Opmerking: Zorg ervoor dat het hefgereedschap de hoogspanningsbatterij niet raakt op een andere plaats dan de daarvoor bestemde hefpunten (rode locaties, afbeelding 1 en afbeelding 2). Het omhoogbrengen van het voertuig op andere plaatsen dan de aangegeven hefpunten kan schade aan de hoogspanningsbatterij veroorzaken. - Pas de hoogte en positie van de kussens van de hefarmen aan om ervoor te zorgen dat ze correct zijn geplaatst.
- Breng met hulp de hefbrug omhoog en zorg ervoor dat de kussens van de hefarmen in de juiste positie blijven.
Afbeelding 1: Hefpunten - Model S en Model X
Afbeelding 2: Hefpunten op hoogspanningsbatterij - Model 3 en Model Y
Het voertuig in de neutraalstand houden
Als standaard veiligheidsfunctie wordt bij Tesla-voertuigen de parkeerrem automatisch geactiveerd als wordt gedetecteerd dat de bestuurder het voertuig verlaat, zelfs als de neutraalstand is geselecteerd. Schakel de sleepmodus in om er zeker van te zijn dat de wielen vrij kunnen draaien terwijl er niemand in de auto zit.
Waarschuwing
Controleer voordat u de Sleepmodus inschakelt dat het voertuig op een vlakke ondergrond staat en dat de wielen zijn geblokkeerd om te voorkomen dat het voertuig in beweging komt. Werk niet aan een voertuig waarvan de wielen niet zijn geblokkeerd. Anders kan dit leiden tot ernstige schade, lichamelijk letsel of de dood.
Sleepmodus inschakelen
Als standaard veiligheidsfunctie wordt bij voertuigen van Tesla de parkeerrem automatisch geactiveerd als wordt gedetecteerd dat de bestuurder het voertuig verlaat, zelfs als de neutraalstand is geselecteerd. Schakel de sleepmodus in om er zeker van te zijn dat de wielen vrij kunnen draaien terwijl er niemand in de auto zit.
Volg deze stappen om de Sleepmodus via het touchscreen van uw voertuig in te schakelen:
- Zet de selectiehendel in stand P (Parkeren).
- Tik op 'Bediening' > 'Service'.
- Selecteer 'Slepen.'
Opmerking: Als u in het menu 'Service' een toets 'Sleepmodus' ziet, tik dan op de toets in plaats van op de knop 'Sleepmodus activeren' in stap 5. - Houd het rempedaal ingetrapt en zorg ervoor dat de sleutel zich in de auto bevindt.
- Tik op 'Sleepmodus activeren'.
Als u hoort dat de parkeerrem achter wordt gedeactiveerd, is de sleepmodus ingeschakeld.
Opmerking: In de sleepmodus wordt geen enkele rijversnelling ingeschakeld.
Om de Sleepmodus uit te schakelen, kunt u de selectiehendel in stand P (Parkeren) zetten of op ‘Sleepmodus afsluiten’ tikken.
Opmerking: Als u de sleepmodus hebt ingeschakeld door 'Sleepmodus' in het menu 'Service' aan te zetten, sluit dan de sleepmodus af door nogmaals op de toets te tikken.
Test elektronische parkeerrem (EPB)
Om de doeltreffendheid van de afzonderlijke parkeerrem te testen, moet de Dynamische EPB-modus zijn geactiveerd. Deze is bedoeld om de auto met een gematigde snelheid tot stilstand te brengen, waarbij alleen de parkeerremklauwen worden gebruikt en niet de hydraulische remklauwen. Dit is een noodfunctie voor wanneer de hydraulische druk is weggevallen.
Volg deze stappen om de dynamische EPB-modus te activeren:
- Rijd met het voertuig op een rollende weg.
- Schakel de neutraalstand in.
- Houd de parkeerknop op de versnellingspook ingedrukt totdat de achterwielen niet meer draaien.
Schakel naar Drive om de parkeerrem te deactiveren.
Rembekrachtigertest
Alleen oudere uitvoeringen van Model S, die niet zijn uitgerust met Autopilot (gebouwd vóór september 2014), zijn voorzien van een vacuüm rembekrachtiger (4 in afbeelding 3).
Afbeelding 3: Vacuüm rembekrachtiger
Tik om te bepalen of het voertuig is uitgerust met Autopilot, op 'Bediening' (voertuigpictogram) in de hoek linksonder (auto's met linkse besturing) of rechtsonder (auto's met rechtse besturing) van het touchscreen. Als het voertuig is uitgerust met Autopilot, wordt een tabblad 'Self-Driving' weergegeven in het linkermenu van het touchscreen van uw voertuig.
Volg deze stappen om de rembekrachtigertest uit te voeren:
- Trap het rempedaal in. Het voertuig wordt ingeschakeld en de rembekrachtiger wordt geactiveerd.
- Zorg ervoor dat het voertuig niet volledig wordt ingeschakeld. Houd de autosleutel meer dan twee meter bij het voertuig vandaan.
- Wanneer "Sleutel niet aanwezig” wordt weergegeven op het touchscreen van uw voertuig, is de rembekrachtiger niet langer geactiveerd en kan de rempedaaldruktest worden uitgevoerd.
Om de rembekrachtiger weer in te schakelen, moet u de autosleutel weer binnen bereik brengen. Hiermee is de test voltooid.
Selecteer uw voertuig om het relevante hoofdstuk van de servicehandleiding te openen: