Tesla Assisted Driving

Opmerking
Afhankelijk van marktregio, voertuigconfiguratie, aangeschafte opties, Assisted Driving -hardware en softwareversie, is Tesla Assisted Driving mogelijk niet aanwezig op uw auto of werkt de functie mogelijk niet exact op de manier die wordt beschreven.

Wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld probeert de Model 3 naar uw bestemming te rijden door bochten in de weg te volgen, te stoppen bij kruispunten en deze over te rijden, links- en rechtsaf te slaan, over rotondes te rijden en auto(snel)wegen op en af te rijden.

Tesla Assisted Driving is bedoeld voor gebruik in uiteenlopende rijscenario's in tegenstelling tot Traffic-aware cruise control, Automatisch sturen en Navigeren met Automatisch sturen , die zijn bedoeld voor gebruik op meerbaans wegen met duidelijke rijstrookmarkeringen. U kunt Tesla Assisted Driving gebruiken op de meeste straten en wegen, waaronder woonerven en wegen binnen de bebouwde kom.

Attentie
In bepaalde situaties is mogelijk ingrijpen door de bestuurder vereist, zoals op smalle wegen met tegemoetkomende auto's, bij wegwerkzaamheden of bij het oversteken van complexe kruispunten. Zie Tesla Assisted Driving Beperkingen voor meer voorbeelden van scenario's waarin ingrijpen door de bestuurder kan zijn vereist.
Tesla Assisted Driving maakt gebruik van invoer van camera's aan de voorkant, achterkant en zijkanten van Model 3 om een model op te stellen van de omgeving Model 3 (zie Camera's). De AI-computer die in de Model 3 is aangebracht, is ontworpen om op basis van deze invoer snel neurale netwerken te verwerken en beslissingen te nemen om u naar uw bestemming te leiden.
Opmerking
Naarmate de capaciteiten van Tesla Assisted Driving door Tesla worden ontwikkeld, worden upgrades van de Model 3 uitgevoerd via draadloze software-updates. Download updates zodra ze beschikbaar zijn.

Tesla Assisted Driving vereist een volledig alerte bestuurder en geeft reeks escalerende waarschuwingen om een reactie van de bestuurder te krijgen. U moet alert blijven en op elk moment klaar zijn om de besturing over te nemen wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld. Als Tesla Assisted Driving is ingeschakeld, bewaakt de interieurcamera de alertheid van de bestuurder (zie Alertheid van de bestuurder).

Attentie
Tesla Assisted Driving vereist dat u op de weg blijf letten en op elk moment klaar bent om de besturing over te nemen. Blijf alert, let op de wegomstandigheden en andere weggebruikers om u heen, let op voetgangers en fietsers en wees altijd erop voorbereid om onmiddellijk actie te ondernemen (vooral in blinde bochten, op kruisingen en drukke verkeersituaties). Als u deze instructies niet opvolgt, kan dat leiden schade en ernstig of zelfs dodelijk letsel. Het is uw verantwoordelijkheid om uzelf vertrouwd te maken met de beperkingen van Tesla Assisted Driving en de situaties waarin dit mogelijk niet werkt zoals verwacht. Zie Tesla Assisted Driving Beperkingen voor meer informatie.
Let op!
Het gebruik van Tesla Assisted Driving wordt opgeschort wanneer oneigenlijk gebruik is gedetecteerd. Zie Opschorting Assisted Driving voor meer informatie.
Let op!
Naarmate de implementatie van Tesla Assisted Driving wordt uitgebreid naar meer landen, is het essentieel dat bestuurders die Tesla Assisted Driving gebruiken in deze nieuwe landen extra alert en voorzichtig zijn. Deze landen hebben mogelijk unieke infrastructuur, rijgedrag en verkeerspatronen waaraan Tesla Assisted Driving in de loop van de tijd zal moeten aanpassen. U moet op elk moment klaar zijn om het stuur veilig over te nemen.

Vóór gebruik Tesla Assisted Driving

  1. Schakel Tesla Assisted Driving in. Tik, terwijl de Model 3 in de parkeerstand staat, op Bediening > Assisted Driving > Tesla Assisted Driving en vervolgens, nadat u zorgvuldig de instructies in het pop-upvenster hebt gelezen, op Begrepen.
  2. Bekijk de tutorial. Tik, terwijl de Model 3 in de parkeerstand staat, op Bediening > Assisted Driving > Tutorial Tesla Assisted Driving en bekijk de video. Nadat u de video hebt bekeken, dient u de vragen van een korte toets te beantwoorden. Als u een vraag onjuist beantwoordt, wordt u gevraagd de toets opnieuw te doen. U kunt Tesla Assisted Driving niet gebruiken voordat u de video hebt bekeken en de vragen van de toets correct hebt beantwoord.
  3. Wijzig (naar wens) de instellingen van Tesla Assisted Driving .
    • Marge max. snelheid: Stel de max. snelheid in op een vast percentage boven de gedetecteerde snelheidslimiet. Zie De maximumsnelheid wijzigen.
      Attentie
      U blijft altijd zelf verantwoordelijk voor de snelheid van het voertuig, ongeacht of Tesla Assisted Driving is in- of uitgeschakeld.
    • Contextuele max. snelheid: Hiermee kan Tesla Assisted Driving de max. snelheid dynamisch regelen op basis van visuele aanwijzingen in de rijomgeving.
      Opmerking
      Contextuele max. snelheid wordt automatisch uitgeschakeld als de marge voor de max. snelheid is ingesteld op 0%.
    • Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand : Hiermee kunt u Tesla Assisted Driving inschakelen wanneer de Model 3 in de parkeerstand staat. Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand is standaard ingeschakeld.
    • Bevestigen met rem: Als Bevestigen met rem is ingeschakeld, moet u elke keer wanneer u de Tesla Assisted Driving start vanuit de parkeerstand het rempedaal kort intrappen ter bevestiging.
  4. Ervoor zorgen de camera's op de Model 3 onbelemmerd zicht hebben en zijn gekalibreerd (zie Camera's). Tesla Assisted Driving is afhankelijk van de mate waarin de camera's in staat zijn verkeerslichten, stopborden en wegmarkeringen te detecteren.
    Attentie
    Gebruik Tesla Assisted Driving niet wanneer er iets, zoals een trekhaak, fietsendrager, aanhanger en dergelijke aan de achterkant van de auto is gekoppeld. Als Model 3 detecteert dat er een camera wordt geblokkeerd (bijvoorbeeld door een fietsendrager aan de achterkant), verschijnt er een waarschuwing op het touchscreen en kunnen de prestaties van de Tesla Assisted Driving afnemen of in sommige gevallen is de functie zelfs niet beschikbaar.
  5. Zorg ervoor dat de nieuwste versie van de kaarten is gedownload naar de Model 3 (zie Kaart-updates). Hoewel Tesla Assisted Driving hoofzakelijk visuele gegevens van de camera's van de auto gebruikt, is de nauwkeurigheid hoger wanneer de meest recente kaartgegevens worden gebruikt.

Starten Tesla Assisted Driving

Zolang Tesla Assisted Driving ingeschakeld en beschikbaar is, kunt u het bij elke rijsnelheid lager dan 140 km/h of tot de maximumsnelheid in het betreffende land activeren (ook als de Model 3 stilstaat) door op de rechter scrolltoets te drukken.
Opmerking
Om Tesla Assisted Driving te kunnen inschakelen, moeten de koplampen worden ingesteld op Aan of Auto. Hoewel Tesla Assisted Driving zowel overdag als bij weinig licht (in het (schemer)donker) beschikbaar is, wordt het uitgeschakeld en kan het niet worden ingeschakeld als de koplampen zijn ingesteld op Uit. Wanneer Tesla Assisted Driving wordt ingeschakeld, wordt Adaptieve koplampen (of, op sommige voertuigen, Automatisch grootlicht) automatisch ingeschakeld (zie Grootlicht) en worden de ruitenwissers ingesteld op Auto.

Als u geen bestemming kiest, kiest de Model 3 het meest waarschijnlijke rijtraject of stelt hij een bestemming voor op basis van uw rijgedrag.

In de bovenhoek van het touchscreen wordt naast de rijversnelling het grijze stuurwiel-pictogram weergegeven om aan te geven dat Tesla Assisted Driving beschikbaar is, maar niet is ingeschakeld.
Wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld en actief de Model 3 bestuurt, is het stuurwiel-pictogram blauw.
In situaties waarin Tesla Assisted Driving tijdelijk niet beschikbaar is (bijvoorbeeld wanneer uw rijsnelheid niet binnen het werkbereik valt) wordt een grijze indicator weergegeven op de statusbalk boven in het touchscreen.
Opmerking
U kunt Tesla Assisted Driving op ieder moment overrulen wanneer u de bedoelde actie van het systeem niet vertrouwt. U blijft altijd degene die de Model 3 bestuurt. Zie Annuleren Tesla Assisted Driving voor meer informatie over het overrulen (annuleren) van Tesla Assisted Driving .

Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand

U kunt Tesla Assisted Driving ook activeren als de Model 3 in de parkeerstand staat.
  1. Controleer eerst of Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand is ingeschakeld door op Bediening > Assisted Driving en dan op Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand te tikken.
  2. (Optioneel) Voer een bestemming in. Als u geen bestemming kiest, kiest de Model 3 het meest waarschijnlijke rijtraject of stelt hij een bestemming voor op basis van uw rijgedrag.
  3. Tik op Assisted Driving starten op het touchscreen ingedrukt en trap, als u daarom wordt gevraagd, het rempedaal in om door te gaan. Model 3 schakelt indien nodig naar Drive of achteruit, rijdt uit de parkeerplaats en begint met navigeren naar uw bestemming.
Om Tesla Assisted Driving te annuleren nadat de Model 3 al is begonnen met de rit, tikt u op het rempedaal of gebruikt u een van de methoden die worden genoemd in Annuleren Tesla Assisted Driving .
Let op!
Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand is beschikbaar zolang Tesla Assisted Driving ingeschakeld en beschikbaar is en de Model 3 detecteert dat een geschikte bestuurder aanwezig is. Tesla Assisted Driving starten vanuit parkeerstand is mogelijk niet beschikbaar vanwege verschillende redenen, waaronder (maar niet beperkt tot):
  • Model 3 detecteert dat er geen geschikte bestuurder aanwezig is op de bestuurdersstoel.
  • Model 3 detecteert dat de veiligheidsgordel op de bestuurdersstoel niet is vastgegespt.
  • Een portier, de achterbak of de voorbak is geopend.
  • Een laadkabel is aangesloten op het voertuig.
  • Model 3 bevindt zich in Valet Mode, Track Mode of een andere modus die het gebruik van Assisted Driving beperkt.
Let op!
Het gebruik van apparatuur die de detectie van inzittenden omzeilen, is een schending van de gebruiksvoorwaarden van Tesla Assisted Driving en kan leiden tot permanente uitschakeling van de functie op uw auto en een verbod op toekomstig gebruik van de functie.

Bij gebruik van Tesla Assisted Driving

Tesla Assisted Driving wisselt van rijstrook, slaat links- en rechtsaf, volgt op- en afritten, en neemt bij splitsingen de juiste weg voor het bereiken van de bestemming.

Attentie
Doe NOOIT aannames en voorspellingen over wanneer en waar Tesla Assisted Driving zal stoppen of doorrijden bij een kruising of wegmarkering. Let altijd op de weg en zorg ervoor dat u onmiddellijk kunt ingrijpen. De beslissing om te stoppen of door te rijden op een kruising is de verantwoordelijkheid van de bestuurder. Vertrouw nooit op Tesla Assisted Driving om te bepalen of het veilig en/of geoorloofd is om te stoppen of door te rijden op een kruising.
Het touchscreen toont een visualisatie van de omgeving van de Model 3, waaronder de weg en gedetecteerde objecten zoals voertuigen, voetgangers, stoepranden, fietsers, enz. Gemarkeerde objecten in de visualisatie zijn prioriteiten die de Tesla Assisted Driving gedurende een bepaalde periode actief regelt.
Opmerking
De visualisatie van Tesla Assisted Driving is mogelijk niet een algehele representatie van de objecten, wegmarkeringen, wegsignalering en andere variabelen waar Tesla Assisted Driving rekening mee houdt om u naar uw bestemming te rijden. Wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld, maakt het gebruik van gegevens van de camera's van de Model 3 die mogelijk niet in de visualisatie worden weergegeven (zie Camera's).
Opmerking
U kunt het visualisatiegebied verbreden tot de volledige omvang van het scherm. Schakel de instelling in door op Bediening > Assisted Driving en vervolgens op Visualisatie Expanded Tesla Assisted Driving te tikken. Veeg vervolgens op het touchscreen de greep van het visualisatievenster zo, dat het hele scherm wordt gevuld.

Tesla Assisted Driving houdt uw snelheid en volgafstand tot een eventuele voorligger van de Model 3 gelijk. Tesla Assisted Driving remt ook naar behoefte af en stopt voor verkeerslichten en stopborden, en reageert op voetgangers, fietsers en andere voertuigen op de weg.

Als u bijvoorbeeld binnen de bebouwde kom rijdt en een ander voertuig achteruit vóór Model 3 een uitrit verlaat, zal Tesla Assisted Driving de snelheid verlagen of naar behoefte stoppen. Als het andere voertuig stopt met achteruitrijden terwijl het de rijstrook gedeeltelijk blokkeert, verlaagt Tesla Assisted Driving de snelheid en manoeuvreert het om het andere voertuig heen als de breedte van de rijstrook dit toelaat.

Als het verkeer vóór u afremt, toont Tesla Assisted Driving blauwe pijlen in de huidige rijstrook en remt de functie af om een gepaste volgafstand te houden tot uw voorligger.

Attentie
In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat Tesla Assisted Driving niet voldoende afremt, stopt of de besturing overneemt voor een stopbord of verkeerslicht. U kunt het systeem dan helpen door het gaspedaal licht in te trappen of op ieder moment de besturing van Tesla Assisted Driving overnemen.

De maximumsnelheid wijzigen

Het touchscreen geeft de maximumsnelheid weer. Draai de rechter scrolltoets omhoog om de maximumsnelheid te verhogen en omlaag om de maximumsnelheid te verlagen.

Wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld, wordt de max. snelheid ingesteld op basis van de momenteel gedetecteerde snelheidslimiet en uw instellingen met betrekking tot snelheidsregeling (zie Vóór gebruik Tesla Assisted Driving ).

Opmerking
De Max. snelheidsmarge wordt bij elke rit opnieuw ingesteld op 0% wanneer u Tesla Assisted Driving voor het eerst inschakelt. Contextuele max. snelheid wordt automatisch uitgeschakeld als Max. snelheidsmarge is ingesteld op 0%.

De maximumsnelheid beperkt de rijsnelheid van de Model 3 wanneer Tesla Assisted Driving actief is, maar bepaalt niet de snelheid van Tesla Assisted Driving .

Om de snelheid van de Model 3handmatig te verhogen, drukt u op het gaspedaal.

Attentie

Het handmatig overrulen van de acceleratieregeling terwijl Tesla Assisted Driving actief de Model 3 bestuurt, kan het vermogen van het systeem om een veilige volgafstand te bewaren, veilige manoeuvres uit te voeren of adequaat te reageren op bepaalde situatie in gevaar brengen.

Voorbeelden van risico's die gepaard gaan met het indrukken van het gaspedaal terwijl Tesla Assisted Driving actief is, zijn onder andere:

  • Het systeem remt mogelijk niet af bij obstakels.
  • Het systeem kan de rijstrookpositie in bochten mogelijk niet behouden.
  • Verkeersregels en verkeersborden worden mogelijk genegeerd.
  • Het verlenen van voorrang aan weggebruikers en voetgangers kan worden genegeerd.
  • Te hard rijden.

Blijf te allen tijde volledig alert en paraat om onmiddellijk de controle over het voertuig over te nemen.

Van rijstrook wisselen

Tesla Assisted Driving begint zelf met rijstrookwisselingen en afslaan op basis van de rijomgeving. Tesla Assisted Driving vereist geen bevestiging voor het wisselen van rijstrook, in tegenstelling tot Navigeren met Automatisch sturen . U kunt ook aangeven dat u van rijstrook wilt wisselen of wilt afslaan door de betreffende richtingaanwijzer te bedienen.

Attentie
Tijdens het wisselen van rijstrook of afslaan, kan de manoeuvre mogelijk niet worden geannuleerd met de richtingaanwijzer. Om het wisselen van rijstrook of afslaan te annuleren, grijpt u in met het stuurwiel of andere besturingselementen van de auto (zie Annuleren Tesla Assisted Driving ).

Onmiddellijk overnemen

In situaties waarin Assisted Driving niet in staat is de Model 3 te besturen, klinkt een waarschuwingssignaal en wordt op het touchscreen het volgende bericht weergegeven.

Assisted Driving wordt gestopt

Wanneer u dit bericht ziet, moet u onmiddellijk de besturing overnemen.

Aankomst op uw bestemming

Als een geschikte parkeerplaats is gedetecteerd, parkeert Tesla Assisted Driving de Model 3 zodra u aankomt op de bestemming. Anders stopt Tesla Assisted Driving de Model 3 en wordt een melding weergegeven dat de navigatie is voltooid.

Om heen parkeermanoeuvre te annuleren of te corrigeren, grijpt u in met het stuurwiel of andere besturingselementen van de auto (zie Annuleren Tesla Assisted Driving ).

Annuleren Tesla Assisted Driving

U kunt Tesla Assisted Driving als volgt uitschakelen:

  • Trap het rempedaal in.
  • Druk op het rechter scrolltoets op het stuurwiel.
  • Oefen draaikracht uit op het stuurwiel.

Daarnaast wordt Tesla Assisted Driving uitgeschakeld als een van de volgende zaken gebeurt:

  • U schakelt een andere stand in dan Drive.
  • Een portier of de achterbak is geopend.
  • Automatisch remmen bij noodstop wordt ingeschakeld (zie Botsing ontwijkingshulp).
  • De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde wordt losgemaakt en/of de bestuurder verlaat de stoel.
  • U niet reageert op herhaalde herinneringen om alert te blijven en opeenvolgende berichten op het touchscreen.
  • Tesla Assisted Driving is niet langer beschikbaar. Dit kan verschillende oorzaken hebben (bijvoorbeeld het blokkeren van een camera). Als Tesla Assisted Driving wordt uitgeschakeld, verschijnt een waarschuwing op het touchscreen en klinkt een geluidssignaal om u hiervan op de hoogte te stellen. Als dit gebeurt, moet u onmiddellijk de controle over het stuur overnemen.

Als een ingreep van de bestuurder noodzakelijk is, kunt u het systeem het beste zo spoedig mogelijk veilig uitschakelen. Het wordt aanbevolen het uitschakelen van Tesla Assisted Driving eerst te oefenen in een veilige omgeving zonder andere weggebruikers, zodat u vertrouwd raakt met het proces.

Alertheid van de bestuurder

Tesla Assisted Driving vereist dat de bestuurder op de weg, omgeving en andere weggebruikers blijft letten.

De interieurcamera bewaakt de continue alertheid van de bestuurder wanneer Tesla Assisted Driving is ingeschakeld. Met alertheid van de bestuurder wordt bedoeld dat de bestuurder oplet (de ogen van de bestuurder zijn op de weg gericht) en dat de handen van de bestuurder beschikbaar zijn de besturing over te nemen.

Wanneer de interieurcamera actief de alertheid van de bestuurder bewaakt en handsfree bediening is ingeschakeld voor Tesla Assisted Driving , wordt een groene indicator weergegeven in de statusbalk boven in het touchscreen. Wanneer handsfree is ingeschakeld, moeten de handen van de bestuurder vrij zijn. Als de handen van de bestuurder niet vrij zijn, verschijnt een melding op het touchscreen.

Modus handen gereed Assisted Driving aan

Dit systeem kan niet worden uitgeschakeld. De interieurcamera heeft geen volledig zicht op de ogen van de bestuurder nodig voor bewaking van alertheid. Het systeem is bijvoorbeeld nog steeds actief wanneer de bestuurder een zonnebril draagt.

Als de bestuurder herhaaldelijk niet naar de weg kijkt, geeft de touchscreen een waarschuwing weer. De waarschuwing verdwijnt zodra de bestuurder weer op de weg let.

Let op de weg voor u

Als de interieurcamera geen duidelijk zicht heeft op de plaats van de handen en armen van de bestuurder, geeft de touchscreen regelmatig een bericht weer om de bestuurder eraan te herinneren een lichte kracht uit te oefenen op het stuurwiel.

Oefen lichte draaikracht uit op het stuur

Als de bestuurder herhaaldelijk verzoeken om lichte kracht op het stuurwiel uit te oefenen of op de weg te letten negeert, geeft de Tesla Assisted Driving een reeks escalerende waarschuwingen weer. Als ook deze waarschuwingen worden genegeerd, wordt de functie voor het restant van de rit uitgeschakeld en wordt het volgende bericht weergegeven.

Assisted Driving niet beschikbaar . Houd stuurwiel vast om handmatig te rijden

Als de bestuurder het handmatig sturen niet hervat, laat Model 3 een continu geluidssignaal horen, schakelt het de alarmknipperlichten in en remt hij af tot stilstand.

Attentie
Gebruik geen mobiele apparaten wanneer het gebruik van Tesla Assisted Driving is ingeschakeld. Als de interieurcamera detecteert dat de bestuurder niet ten minste één hand gereedhoudt om de besturing over te nemen terwijl Tesla Assisted Driving is ingeschakeld, geeft het touchscreen een bericht weer dat de bestuurder eraan herinnert dat hij/zij alert moet blijven.
Attentie
Het gebruik van apparatuur die de detectie van de oplettendheid van de bestuurder omzeilen, is een schending van de gebruiksvoorwaarden van Tesla Assisted Driving en kan leiden tot permanente uitschakeling van de functie op uw auto en een verbod op toekomstig gebruik van de functie.

Opschorting Assisted Driving

Het gebruik van Assisted Driving -functies wordt opgeschort wanneer oneigenlijk gebruik is gedetecteerd.

Het gebruik van Automatisch sturen (indien aanwezig) en Tesla Assisted Driving wordt een week opgeschort wanneer u of een andere bestuurder van uw voertuig vijf 'strikeouts' hebt ontvangen. Een strikeout doet zich voor wanneer het Assisted Driving -systeem voor het resterende gedeelte van een rit wordt uitgeschakeld nadat de bestuurder meerdere audio- en visuele waarschuwingen voor onoplettendheid heeft ontvangen.

U kunt het aantal 'strikeouts' zien waarna de toegang tot Assisted Driving wordt opgeschort door te tikken op Bediening > Assisted Driving .

Een strikeout wordt na een halve week (3,5 dagen) opgeheven, onder voorwaarde dat u in die periode niet een nieuwe strikeout ontvangt.

Opmerking
Als uw toegang tot Automatisch sturen (indien aanwezig) en Tesla Assisted Driving is opgeschort, kunt u Traffic-aware cruise control blijven gebruiken en blijven alle actieve veiligheidsfuncties beschikbaar.

Er kunnen gevallen zijn waarbij de bestuurder moet ingrijpen en u moet onmiddellijk de besturing kunnen overnemen om veilig te blijven rijden. Door de bestuurder geïnitieerde uitschakelingen worden niet als oneigenlijk gebruik beschouwd en worden van de bestuurder verwacht.